29 Oktober 2009

De volgende ochtend zaten we lekker aan het ontbijt in Mount Gamier, toen er een forse vrouw in een gestreepte roze pyjama op ons af kwam lopen. Ze vroeg of we zin hadden om rond een uur of 4 bij hun te komen zuipen. Nou, daar hadden we wel zin in. Maar voordat we ons konden vullen met witte wijn moesten er boodschappen gehaald worden. Tot onze grote ergernis liep de supermarkt vol met kleine gillende mensjes die alle schreeuwden om de aandacht van hun ouders. Enige huilserenades later verlieten wij de supermarkt met een diepe zucht van opluchting en een gevulde tas met snaaiwerk.

Niet geheel onbelangrijk was het laten registreren van onze auto. Dit was makkelijker dan wij voorheen dachten. Je moet alleen opletten in welke staat jouw auto geregistreerd staat. Als jij namelijk een auto koopt in Sydney (liggend in de staat New South Wales) en de auto staat geregistreerd in Western Australia, dan heb je wel een probleem. Het is dan zo dat jij met je autootje binnen twee weken van New South Wales naar Western Australia mag reizen. Vergelijk dit niet met een ritje Amsterdam – Utrecht, maar meer iets in de geest van Amsterdam – Moskou. Gelukkig staat ons busje in South Australia geregistreerd, wat ongeveer 1200 kilometers van de staat New South Wales ligt. De staat South Australia registreert zelfs een skelter met een zelf ontworpen motor bij wijze van spreken. Ons busje lag gelukkig boven het niveau skelter, dus was het geen probleem.

Na de officiële zaken geregeld te hebben was het tijd voor een feestje bij onze buren die van verkleedfeestjes hielden. Als de kledij de eerste indruk van ons samenzijn zou weerspiegelen, dan hadden ze wel een slechte “First Impression” van Outger, hij kreeg de Duivelshorentjes. Lieneke daarentegen werd vereerd met zo-een-engelencirkel-boven-je-hoofd-waar-we-de-naam-niet-van-weten. Een aantal glazen verder werden wij door Bob en Rose uitgenodigd om bij hun in het gasthuis langs te komen (hopelijk zijn ze het na die glazen wijn niet vergeten!). Maar gratis overnachtingen slaan wij natuurlijk niet af!

De volgende dag vertrokken we ieder een kant op, wij naar The Grampians en zij richting Robe. We kwamen aan in Hamilton waar we niet zo veel gedaan hebben behalve op het internet gesurft (was gratis (wij houden van gratisscchh)). Weer raakte we met een paar mensen aan de praat die ons aanraden om naar een gebied te gaan met allemaal koala’s. Het schijnt dat ze in het wild leuker zijn dan vlak voor je bumper op de snelweg. Maargoed, in Hamilton viel niet veel te beleven, tenzij je een fetisj hebt voor wol.

Na enige kilometers reizen kwam wij aan in het toeristische plaatsje Halls Gab. Waar alles behalve het uitzicht duur is. Zo werden wij gedwongen de plaatselijke supermarkt te bezoeken voor een paar noodzakelijke etenswaren. Outger zijn hartje sloeg een paar slagen over toen hij zag dat wij 20 dollar (12 euro)betaalde voor Cornflakes, 1 liter melk, klein zakje chips en een flesje limonade. Na wat zuchten en vloeken was het tijd om een camping te zoeken. Twee kilometer van Halls Gab was daar één van de leukste campings tot nu toe. Lieneke was weer zo “wijs” om aan de receptioniste te vragen of wij in de buurt kangaroe’s konden bezichtigen. Die op haar beurt enige traantjes van het lachen liet gaan. Het werd al snel duidelijk waarom. Naast ons kampeerplekje was namelijk een groot open veld met een stuk of vijftig wilde kangaroes, die niet bang waren voor menselijk contact. Dit ondervond Outger al snel toen hij ’s nachts even moest plassen. In de donkere nacht van 24 oktober werd Halls Gab wakker geschud door een schel klein meisjes gilletje, toen er een grote kangaroe een halve meter van Outger stond mee te kijken. Gelukkig werd hij de volgende ochtend getroost door zijn trouwe gevleugelde vrienden, die NIET alleen uit waren op gratis eten. Dit tot Lieneke’s ergernis die moest toekijken hoe de tafel en het busje werden onder gepoept door tien tamme kaketoes, 4 parkieten en een vage duif.

Naast veel wilde dieren scheen Halls Gab veel plaatselijk schoon te hebben. Dit in de vorm van wonderschone wandeltochten die een spektakel zouden zijn voor het menselijk oog. Dit althans volgens de folder. Na enige kilometers en flashbacks van Outger uit de Pyreneeën viel dit bijzonder tegen. Zo was alles dor, kaal en troosteloos.

Iets wat interessant was kwam vanuit een andere hoek van de Australische cultuur, namelijk die van de Aboriginals. Zo schijnen zij Australië al 40.000 jaar te bewonen en Europeanen nog maar 300 jaar. Na vele wijze geschiedenis lessen verder bevonden wij ons richting ons al zo schone rode busje, toen ons oog viel op een zwarte kronkelende tak. Helaas kronkelen takken niet, en bleek het één van de gevaarlijkste slangen in Australië te zijn, namelijk de Western Brown Snake.

Na een emotioneel afscheid met het plaatselijk wild van Halls Gab vertrokken wij richting Hopetoun waar de zon ons eindelijk tegemoet branden. Officieel zitten wij nu in de Outback van Australië! In Hopetoun aangekomen werden wij geconfronteerd met ontzettend veel vliegen, vliegen en nog meer vliegen. Tijd voor ons muggententje, muggenspray, muggenwierook, muggenkaars en Deet. Even een kort woordje over dit laatste product wat muggen op een afstand hoort te houden, “dit doet het niet”. Eigenlijk is er niet veel over dit plaatsje te vertellen, aangezien er gewoon niets is dan een paar bewoners en een miljard vliegen.

Van het ene vliegenfestijn belanden wij in het volgende alleen deze genaamd Mildura. Zo rade het boek “Lonely Planet” ons aan een leuke camping aan een rivier te bezoeken. Hier leerden wij een wijze les, namelijk eerst elkaar aankijken en beiden ja-knikken voor wij besluiten twee nachten te boeken op een camping. Deze camping was zo dood, dat als je er een mummie zou neerleggen, hij spontaan de benen zou nemen. Om nog meer muggenbulten te voorkomen zaten wij grotendeels van de dag in onze antimuggen tent. Niet alleen wij hadden last van de warmte, zo kregen wij ’s ochtends bezoek van een acht centimeter grote spin. Deze smeekte ons te mogen blijven, waarna Outger hem/haar de bus uit bonjourde.

Van Mildura naar onze volgende stop in Swan Hill werd Outger weer eens aangehouden door een rode politie wagen. Hij reed eerst nog netjes langs ons, maar toen Outger zei dat hij omkeerde wisten we dat het weer raak zou zijn. Met zwaailicht en al werden we in the middle of nowhere langs de kant gezet voor een alcohol en rijbewijs controle. Niets aan het handje, en zo konden wij onze reis weer vervolgen door het woeste en barre land van de Outback.

Na twee zweterige nachten staan we nu op een camping in Swan Hill mét schaduw, een zwembad en minder muggen. Het bevalt ons hier wel en daarom blijven wij hier twee dagen.

Outger & Lieneke

1 opmerking:

  1. Hey Outger en Lieneke,

    Zo een ring van een engel is een 'halo'. Zo Outger, niet alleen over hertjes plassen, nu ook al over kangeroes! Lijkt mij wel mooi om die kangeroes van dichtbij te zien. Denk alleen dat jullie ze na een aantal weken wel zat zijn. De duivelshorentjes passen wel bij Outger, haha.
    Veel plezier verder!

    BeantwoordenVerwijderen