Na het muggendebakel besloten wij verkoeling te zoeken in “ons” zwembad, wat maarliefst vijf meter van onze bus verwijderd was. Het water was onze oase in de brandende hitte van Australië. De brandende hitte werd al snel verstoord door een paar flinke onweersbuien die over ons heen trokken. Het schijnt dat de auto de veiligste plek is om te zijn tijdens een onweersstorm, en zo bleven de zenuwen beperkt.
Het stad
je/dorpje Swan Hill verschilde niet veel van andere plaatsen waar wij geweest waren. Zo houden de mensen daar van overmatig autogebruik en calorierijk eten. Naast het stadje was vroeger een meer waar tijdens een jaarlijks terugkerend festival veel watervliegtuigen landen. Voor een kleine vergoeding kon je een paar rondjes meevliegen. Maar door de droogte die Australië heeft meegemaakt was het hele meer vergaan en daarmee verging onze droom om met een watervliegtuig te vliegen. Gelukkig werd die teleurstelling goedgemaakt door een enorme blauwe vis… van plastic, die in zijn jongere jaren als gup schitterde in een film waar maar weinig het bestaan van af weten. Met andere woorden, er viel hier niet veel te beleven.
Na twee dagen in Swan Hill te hebben vertoeft was het tijd om weer verder te trekken. Ditmaal was het de beurt aan Echuca, waar de mannen net zulke gladde benen hebben als de vrouwen en waar vrouwen net zulke korte rokjes dragen als de mannen broekjes. Het koste Lieneke daarom enige moeite Outger over te halen hier te blijven. Het lot had alleen iets anders in gedachten en bracht ons The Melbourne Cup. Met dit jaarlijks terugkerende fenomeen staan paardenraces en schaars geklede vrouwen centraal. Een neveneffect hiervan is de massale stroom van mensen, die van Melbourne naar Echuca trekken, om daar lekker te genieten van de twee vrije dagen die The Melbourne Cup met zich mee brengt. Zo waren in Echuca alle campingplaatsen uitverkocht, op één na. Lieneke besloot deze ene camping te bellen en sloot dit gesprek af met “Ok, thank you, I will discusse this with my boyfriend”. Toen Lieneke Outger vertelde dat een plek zonder stroom en nog minder schaduw dan de vorige camping, een gedurfde 30 dollar (18 euro) per nacht koste sloeg Outger zijn hartje weer even stil. Een paar flinke dotten gas en enkele seconden later zaten wij weer op de snelweg, maar ditmaal richting Bendigo.
Bendigo is een plek waar maarliefst 100.000 Australiërs wonen, en wat zich met trots een stad mag noemen. Deze plek staat bekend om zijn goudmijn, waar de stad haar bestaan aan te danken heeft. Helaas is deze goudmijn niet meer in gebruik. Door het centrum van de stad rijdt een kleine tram die toeristen langs verschillende bijzondere gebouwen in de stad brengt. Als haringen in een blik zaten mensen in deze overvolle tram, en zo besloten wij dát avontuurtje over te slaan.
Na een half uur ronddolen in de stad kwamen wij aan op een geweldige camping, waar een aardige receptioniste ons vertelde dat wij overal mochten staan. Dit lieten wij ons geen tweede keer zeggen en parkeerde het busje onder de grootste boom in de omgeving. Eenmaal uitgepakt
De volgende dag zijn we bij onze buren op bezoek geweest, die niet één, maar wel drie jaar rondreizen door Australië met een enorme bus. Uiteraard was de bus op zijn Australisch voorzien van alle gemakken die een mens eventueel nodig zou kunnen hebben. Deze bus had zoveel, dat je er eventueel een maanreis mee zou kunnen maken. In de bus waren ook twee kinderen aanwezig, die thuis (de bus) opgeleid werden door mama en gelukkig niet al te wild waren. Na een aantal uurtjes te hebben gezeten, was het tijd voor ons om terug te gaan naar ons koude busje.
De tijd was weer rijp voor ons om weer verder te trekken, en zo begaven wij ons richting Ararat. Er valt niet veel te vertellen over dit plaatsje, naast dat het een kopie is van andere kleine steden en dat de drukste plaats van de stad in de McDonald’s is. Op de camping aangekomen was een blik in elkaars ogen voldoende om te bepalen dat wij hier maar één nacht zouden blijven.
In Nederland maken wij ons op crimineel niveau druk over moorden, hooligans, poepende duiven, hangjongeren en soms hangouderen. Australië heeft zo zijn eigen problemen. Zo dachten wij op TV een grappige reclame te zien, wat in werkelijkheid een serieuze politieoproep bleek te zijn. “Man laat maarliefst driemaal zijn broek zakken richting personeel supermarkt”, werd er verkondigd. Waarna een profielschets mét datum en tijd werd getoond. “Mocht U deze man herkennen, neemt U dan zo spoedig mogelijk contact op met de politie”, zo eindigde de oproep. Het enige wat nog miste was de beloning voor de gouden tip. Sindsdien kleden wij ons niet meer om buiten ons busje.
Omdat Ararat ons zo beviel, besloten wij de volgende ochtend met piepende banden te vertrek
ken naar een beter oord. Dit was Mount Eccles National Park. Dit wonderschone park bevatte alles waar we op dat moment naar zochten: een wc, douche, koala’s en een vulkaan. We zijn hier maar één nachtje gebleven want ondanks dat het zeer vermakelijk was om tussen de koala’s te slapen, is het een klein parkje met verder als enige attractie naast de koala’s een dooie vulkaan.
We wisten alleen niet dat koala’s zo’n bizar geluid maakten. Misschien hadden we dan wat geruster gezeten. De volgende ochtend vertrokken zoals gebruikelijk weer eens vroeg.
Het volgende oord heet Millicent. Millicent heeft een aantal grotten en meertjes waar je rond kan kijken. Verder staat Millicent bekend om haar windmolenparken. Niets nieuws voor ons Hollanders dus! Om eerlijk te zijn, alles wat leuk is zoals de nationale parken, attracties en bezienswaardigheden liggen 40 kilometer van ons vandaan.
Gevaarlijker dan kangaroes op de weg is het wild wat “rode P’s” wordt genoemd. Mensen –voornamelijk jongeren-- die nog geen jaar in het bezit zijn van hun rijbewijs, moeten een bordje met een rood gekleurde P voor hun raam plaatsen. Je moet begrijpen dat je hier in Australië als ware je rijbewijs gratis bij een pakje boter krijgt. Internationaal staat rood bekend als de kleur van gevaar, en die kleur past uitstekend bij deze jonge coureurs. Zo kregen wij het even benauwd toen wij in het centrum van Millicent stonden, omringt door deze rode P’s. Scheurend, niet kijkend en zo nu en dan met een paar piepende banden bewogen zij zich voort als een horde waanzinnigen.
Onze volgende stop is in Beachport, waar we goede verhalen over gehoord hebben.
Het volgende oord heet Millicent. Millicent heeft een aantal grotten en meertjes waar je rond kan kijken. Verder staat Millicent bekend om haar windmolenparken. Niets nieuws voor ons Hollanders dus! Om eerlijk te zijn, alles wat leuk is zoals de nationale parken, attracties en bezienswaardigheden liggen 40 kilometer van ons vandaan.
Gevaarlijker dan kangaroes op de weg is het wild wat “rode P’s” wordt genoemd. Mensen –voornamelijk jongeren-- die nog geen jaar in het bezit zijn van hun rijbewijs, moeten een bordje met een rood gekleurde P voor hun raam plaatsen. Je moet begrijpen dat je hier in Australië als ware je rijbewijs gratis bij een pakje boter krijgt. Internationaal staat rood bekend als de kleur van gevaar, en die kleur past uitstekend bij deze jonge coureurs. Zo kregen wij het even benauwd toen wij in het centrum van Millicent stonden, omringt door deze rode P’s. Scheurend, niet kijkend en zo nu en dan met een paar piepende banden bewogen zij zich voort als een horde waanzinnigen.
Onze volgende stop is in Beachport, waar we goede verhalen over gehoord hebben.
Outger & Lieneke
Waarom heb jij geen rode P??????
BeantwoordenVerwijderenX Thirza
Ik vind dat de muggen in dit artikel toch gediscrimineerd worden. Misschien zou Outger eens zijn broek kunnen laten zakken, dat zal ze vast afschrikken (als je maar zorgt dat je dit niet in een supermarkt doet).
BeantwoordenVerwijderenWaarom moet je Outger overhalen om te blijven in een oord waar andere mannen ook hun benen scheren? Voelt hij zich dan niet meer speciaal? Ben het eens met Berry dat de muggen zo een slechte reputatie krijgen. Misschien is deodorant een optie?
BeantwoordenVerwijderen