Niet geheel onbelangrijk was het laten registreren van onze auto. Dit was makkelijker dan wij voorheen dachten. Je moet alleen opletten in welke staat jouw auto geregistreerd staat. Als jij namelijk een auto koopt in Sydney (liggend in de staat New South Wales) en de auto staat geregistreerd in Western Australia, dan heb je wel een probleem. Het is dan zo dat jij met je autootje binnen twee weken van New South Wales naar Western Australia mag reizen. Vergelijk dit niet met een ritje Amsterdam – Utrecht, maar meer iets in de geest van Amsterdam – Moskou. Gelukkig staat ons busje in South Australia geregistreerd, wat ongeveer 1200 kilometers van de staat New South Wales ligt. De staat South Australia registreert zelfs een skelter met een zelf ontworpen motor bij wijze van spreken. Ons busje lag gelukkig boven het niveau skelter, dus was het geen probleem.
De volgende dag vertrokken we ieder een kant op, wij naar The Grampians en zij richting Robe. We kwamen aan in Hamilton waar we niet zo veel gedaan hebben behalve op het internet gesurft (was gratis (wij houden van gratisscchh)). Weer raakte we met een paar mensen aan de praat die ons aanraden om naar een gebied te gaan met allemaal koala’s. Het schijnt dat ze in het wild leuker zijn dan vlak voor je bumper op de snelweg. Maargoed, in Hamilton viel niet veel te beleven, tenzij je een fetisj hebt voor wol.
Na enige kilometers reizen kwam wij aan in het toeristische plaatsje Halls Gab. Waar alles behalve het uitzicht duur is. Zo werden wij gedwongen de plaatselijke supermarkt te bezoeken voor een paar noodzakelijke etenswaren. Outger zijn hartje sloeg een paar slagen over toen hij zag dat wij 20 dollar (12 euro)betaalde voor Cornflakes, 1 liter melk, klein zakje chips en een flesje limonade. Na wat zuchten en vloeken was het tijd om een
Naast veel wilde dieren scheen Halls Gab veel plaatselijk schoon te hebben. Dit in de vorm van wonderschone wandeltochten die een spektakel zouden zijn voor het menselijk oog. Dit althans volgens de
Iets wat interessant was kwam vanuit een andere hoek van de Australische cultuur, namelijk die van de Aboriginals. Zo schijnen zij Australië al 40.000 jaar te bewonen en Europeanen nog maar 300 jaar. Na vele wijze geschiedenis lessen verder bevonden wij ons richting ons al zo schone rode busje, toen ons oog viel op een zwarte kronkelende tak. Helaas kronkelen takken niet, en bleek het één van de gevaarlijkste slangen in Australië te zijn, namelijk de Western Brown Snake.
Na een emotioneel afscheid met het plaatselijk wild van Halls Gab vertrokken wij richting Hopetoun waar de zon ons eindelijk tegemoet branden. Officieel zitten wij nu in de Out
Van het ene vliegenfestijn belanden wij in het volgende alleen deze genaamd Mildura. Zo rade het boek “Lonely Planet” ons aan een leuke camping aan een rivier te bezoeken. Hier leerden wij een wijze les, namelijk eerst elkaar aankijken en beiden ja-knikken voor wij besluiten twee nachten te boeken op een camping. Deze camping was zo dood, dat als je er een mummie zou neerleggen, hij spontaan de benen zou nemen. Om nog meer muggenbulten te voorkomen zaten wij grotendeels van de dag in onze antimuggen tent. Niet alleen wij hadden last van de warmte, zo kregen wij ’s ochtends bezoek van een acht centimeter grote spin. Deze smeekte ons te mogen blijven, waarna Outger hem/haar de bus uit bonjourde.
Van Mildura naar onze volgende stop in Swan Hill werd Outger weer eens aangehouden door een rode politie wagen. Hij reed eerst nog netjes langs ons, maar toen Outger zei dat hij omkeerde wisten we dat het weer raak zou zijn. Met zwaailicht en al werden we in the middle of nowhere langs de kant gezet voor een alcohol en rijbewijs controle. Niets aan het handje, en zo konden wij onze reis weer vervolgen door het woeste en barre land van de Outback.
Na twee zweterige nachten staan we nu op een camping in Swan Hill mét schaduw, een zwembad en minder muggen. Het bevalt ons hier wel en daarom blijven wij hier twee dagen.
Outger & Lieneke