Na enige tijd in Millicent was het de beurt aan Beachport. Beachport is een gezellig dorpje aan de zee waar nog net geen 400 mensen wonen. De naam verraad het al, er zijn ook veel stranden waar bijna niemand te vinden is. Dit dorpje was ooit een thuishaven voor walvisvaarders. Een oude treinrails en een enorme steiger zijn hier bewijs van. De steiger van ongeveer 500 meter wordt nog steeds veel gebruikt door mensen om te vissen en dit gingen wij even bekijken.

Na ongeveer 500 meter zweten in de hitte kwamen wij aan het einde van de steiger, waar een man eenzaam zat te vissen. Deze man reist door Australië met de seizoenen mee als schapenscheerder. Hij vertelde ons dat tussen januari en maart veel mensen in West Australia gevraagd worden voor dit werk. Dit werk verdient nog niet eens zo slecht, zo verdien je als beginner ongeveer 180 dollar (110 euro) per dag. “Eerst zien, dan geloven” bedachten wij ons.

Helaas verlieten wij na één nacht slapen Beachport om verder te reizen naar het beloofde land Coorong National Park. Tot ons verdriet was het niet meer zo mooi als het ooit was. Het gebied had grote problemen gekregen door de droogte. De massa’s watervogels die er waren zijn al enige tijd vertrokken of dood. De geur van de Coorong deed ons denken aan dode dieren.
Maar, het was tijd om een slaapplaats te zoeken… Na een kwartier rijden kwamen wij aan in Salt Creek, waar ons een overdagmerrie (nachtmerrie, alleen dan overdag!) stond te wachten. Vanaf de Princes Highway volgden wij een bordje wat ons naar een camping zou leiden. Na een vijf minuten rijden kwamen wij aan bij de Office, waar ons 15 dollar (9 euro) werd gevraagd voor een plaatsje. De vriendelijke vrouw vertelde ons dat er wel wat vliegen op het toilet konden zijn, in verband met de koelte daar. Maar er is een verkoelend en overdekt zwembad waar we konden zwemmen. Vol goede moed reden wij ons busje naar de toegewezen plek. Nadat wij even wat gedronken hadden liepen wij richting het zoveel belovende zwembad. Eenmaal in het zwembad aangekomen dacht Outger dat er takjes op de bodem van het zwembad lagen. Lieneke keek echter wat aandachtiger en zag dat het enorme harige wormen waren van rond de 30 centimeter! Wij keken elkaar verschikt, maar toch wat lachend qua ongeloof aan. Maar hier bleef het niet bij. Outger zijn blaas begon te protesteren, want hij was al een tijdje niet naar het toilet geweest.
Hier een paar persoonlijke woorden van Outger over zijn bezoekje aan het toilet; Toen ik bij de deur aankwam die mij naar het mannentoilet zou brengen werd ik opgewacht door letterlijk een deken van vliegen. Bij het openen van de deur begonnen ze allemaal te vliegen, en dus schrok ik even terug. Ik dacht bij mezelf, “binnen is het vast een stuk minder”. Ik nam een goede hap lucht, zodat ik niet per ongeluk een vlieg zou inademen en stormde het toiletgebouw in. Wat ik daar zag is bijna onbeschrijfelijk. Een enorme wolk van vliegen steeg op van de grond, muur, spiegels en plafond die mij het zicht belemmerde in het gebouw. Ik kon letterlijk de andere kant van de ruimte niet zien door de hoeveelheid vliegen. Hierop vluchtte ik het gebouw uit alsof het in brand stond.Eenmaal terug bij het busje, stond Lieneke de zoveelste wesp dood te sprayen. Toen ze Outger zag aankomen dachten ze beiden hetzelfde, waarop Lieneke dit bevestigde door te zeggen “Outger, je hebt pech, we gaan nu weg”. We stapten snel in het busje, dat in onze korte periode op deze camping was aangevallen door een lading piepkleine kruipende wezentjes.
Na ons onverwachte avontuurtje in Salt Creek reden wij door naar Meninge waar het erg droog en warm was. Deze plaats stond vroeger bekend om zijn uitstekende locatie aan het meer Lake

Albert. De regering besloot hier een einde aan te maken door dit meer af te sluiten van zijn voormalige watertoevoer uit de Goolong. De reden hiervoor is dat dit meer als zoetwaterreservoir moest gaan dienen. Doordat er geen vers water in het meer stroomt droogt het snel uit en gaat alles in het meer dood. De verlaten resten van een steiger en een bootramp bewezen weer eens dat deze omgeving onder enorme stress staat door het watertekort.

Omdat in Meninge niet veel te beleven was, reden wij verder naar Goolwa. Waar wij terecht kwamen bij het informatiecentrum. Een zeer enthousiaste dame hielp ons een goede camping te vinden en belde deze zelfs op om een schaduwplek voor ons te bemachtigen. Na wat langer met de vrouw gepraat te hebben, kwamen wij erachter dat zij een fanatieke visser is. Aangezien Outger wel fanatiek is, maar nog niet veel ervaring heeft met de vissen, beloofde zij ons haar zes zalmen toe mocht hij niets vangen. Toen bleek dat er geen schaduwplekken meer waren in Goolwa reden wij door naar Victor Harbour.
In Victor Harbour kwamen wij aan bij een Top Tourist camping, wat toch wel bekend staat als één van de betere, maar ietwat duurdere. De camping gelegen aan het strand met genoeg schaduw voor een leger kabouters was voor ons een prima plek om langer te blijven. Lang leven de oceaan, want hier kon Outger zijn hengeltje voor het eerst uittesten. Gewapend met mes, tang en uiteraard hengel begaf hij zich tot zijn middel in de ruige oceaan. Tot Lieneke haar grote schrik hoorde zij een klein-meisjes-gilletje vanuit het water. Outger had een schildpad langs zien zwemmen! Na een half uur –en nog geen vis- werd Lieneke weer gestoord tijdens het lezen van haar romannetje door een nog hardere kleine-meisjes-gil. Zo zwom er een Stingray van bijna een meter langs Outger zijn benen. Na twee uur vissen en geen vis sloot Outger zijn avontuurtje af met de woorden, “je mag deze slag wel gewonnen hebben, maar niet deze oorlog”. Hierop begon de zee te bulderen, alsof zij lachte.
In het centrum van Victor Harbour stuitte Lieneke op haar droomwinkeltje. Zo glunderde daar in de felle zon en 35 graden hitte een tweedehans boekwinkel. Alsof bezeten door de boekengeest, stormde Lieneke naar binnen, gevolgd door een wat verslagen Outger. Lieneke kon haar oude romannetjes omruilen voor nieuwe, en tot Outger zijn vreugde “mocht” hij een visboek uitzoeken.
Ronde twee… wederom gewapend met mes, tang, hengel én enige kennis over getijdenstromen

en vissen kuste Outger Lieneke vaarwel en fluisterde toe binnen twee uur terug te zijn. Na een barre toch door het zware zand kwam Outger aan bij een lange brug richting een eiland genaamd Granite Island. Na deze te hebben overwonnen was het tijd om een lekkere zalm te vangen. Na anderhalf uur vissen gebeurde er nog steeds bar weinig. Totdat een vis het lokvisje vastbeet en Outger zijn eerste vis gaf. Het was geen prijswinnende vis, maar een groen langwerpig ding. Het hek was van de dam en Outger ving een tweede groene wezen. Drie uur later kwam Outger terug zonder iets eetbaars gevangen te hebben en keek Lieneke met een boze blik naar de tijd.
In deze stad kwamen we onze eerste Nederlandse backpacker tegen. Een Nederlandse vrouw die al een aantal jaren down under woonde. Deze raadde ons aan om qua werk ons geluk eens te proberen in Kangaroo Island. Het schijnt dat je hier een vermogen kan verdienen als backpacker aangezien er weinig mensen wonen en veel toeristen uit Adalaide ontvangt. De volgende dag besloten we dan ook naar het eiland te vertrekken, aangezien ons budget al aardig is geslonken.
Outger & Lieneke