Na afscheid te hebben genomen van Rob en Rose reden wij richting Port Augusta. Maar voor wij lekker het gaspedaal konden intrappen moesten wij door de ministad Adalaide. Het was lekker druk op de weg en dus brachten wij veel tijd door wachtend voor het stoplicht. Na 350 kilometer kwamen wij aan in Port Augusta, waar ons plan was om de nacht op een vrachtwagenslaapplaats door te brengen. De enige faciliteit daar was een toilet en dus zochten wij naar iets beters…
Vijfenzeventig kilometer later en enige slaapplaatsen verder besloten wij toch maar de nacht op een parkeerterrein te spenderen in Whyalla. Gelukkig waren wij niet de enige, want naast ons stond nog een auto en even verderop nog een camper. Een uurtje later was iedereen weg. De enige persoon in de buurt was een zwerver die er lustig op los graaide in de omringende vuilnisbakken. Toen de zwerver ergens anders ging zwerven en het even rustig bleek te

zijn was het de beurt aan “het verliefde stelletje”. Het verliefde stelletje had blijkbaar niet veel beters te doen dan midden in de nacht op een verlaten parkeerplaats naast een rood busje te staan praten. Niet veel minuten later kwamen daar nog twee vriendjes aan die gezellig meededen, en zo leek het even op een klein feestje. Na een uurtje was iedereen vertrokken en nam de dronken meute in de auto’s de shift over. De volgende ochtend werden wij wakker van de gemeentewerkers die druk in de weer waren met… praten en het drinken van koffie. Je moet maar zo denken, het kan altijd slechter!
Voor de verandering vroeg op pad, en dit keer richting Port Licoln. Port Licoln is de thuishaven van Jaws, want hier is deze film opgenomen. Helaas zag je hier niet veel meer van terug

, maar om dit goed te maken kon je hier wel in een kooi met haaien duiken. Iets wat wel weggelegd was voor ons was het Port Licoln National Park, wat tien kilometer verderop lag. Het enige obstakel hier waren de dirt roads (asfalt loze wegen), maar ons busje is een beest en overwon deze zonder moeite. Het leuke van deze dirt roads is dat je je echt in de natuur begeeft. Zo kwamen er halverwege emu’s (soort struisvogels), een leguaan (grote salamander) en natuurlijk kangaroe’s over de weg heen

hobbelen. Om dat ons busje niet al te snel kon gaan over deze weg, deden we een uur over 25 kilometer. Maar de bush camping (een camping midden in het bos zonder iets) was het waard. Zo stonden we boven aan een klif en hadden we prachtig uitzicht met een strand aan onze voeten. Deze bush camping had wel een wc’tje, maar zelfs Lieneke deed haar behoefte liever buiten (en dat zegt heel veel over deze wc). Omdat het zo lang duurde om over deze weg heen te rijden, besloten we om de volgende dag vroeg te vertrekken richting Elliston.
Over elke plek valt er wel wat te vertellen, maar deze plek was zo ontzettend stil, dat je er niet dood gevonden wil worden. Elliston heeft wel een mooi strand en een lekker bakkerijtje. Maar daar is alles mee gezegd.
Streaky bay was de volgende plek maar er was niet veel verschil met Elliston. Gelukkig is driemaal scheepsrecht en het plaatsje daarna, Ceduna, is wel heel leuk. Omdat we tegen een Aboriginal reservaat aan zitten, zijn er in dit dorpje heel veel. Wat je hier ook heel veel ziet is politie.
Om het krabvissen is deze plek bekend, dus Outger wilde ook zijn geluk beproeven en sleepte Lieneke met zich mee. Tot de tanden bewapend met vissenkoppen, netten, emmers en stoelen gingen wij op pad. Meteen de eerste keer had Outger een Blue Crab (blauwe krab) gevangen

. Krabbie werd deze eerste vangst genoemd en had de perfecte lengte (het lichaam moeten groter zijn dan 11cm) dus kon hij in het emmertje. Na vele mislukten pogingen te ontsnappen, bleef hij ons de rest van de tijd chagrijnig aankijken. Ook deed hij veel moeite om ons te grijpen met zijn klauw als we te dichtbij kwamen. Daarna zaten er 15 te kleine krabbetjes in de netten voordat Outger er weer eentje van de goede grote had. Zo kwamen we uiteindelijk met 3 krabben thuis. Een pijlstaart rog had al Outger’s aas opgegeten, dus vond hij het wel weer genoeg.
Eenmaal op de camping werd Outger geholpen door allerlei oude mannen die

het maar wat interessant vonden om The Dutch te leren hoe je een krab moest schoonmaken. Na het schoonmaken en koken presenteerde hij zijn vangst en zo hadden wij een chique middagmaal.
Waar Ceduna ook om bekend staat is de overgang door de Nullarbor deze naam betekend “geen bomen” in het Latijn. De weg is 1200 kilometer lang en er is dan ook niets meer dan een paar kroegen en benzinestations. Er wordt geadviseerd veel water in te slaan en geen Aboriginals op sleeptouw te nemen.
Ik las dit zojuist hardop voor en drie maal raden wat er langsliep en me aanstaarde. Morgen beginnen we aan onze overtocht en de volgende keer lees je hier meer over.
Outger & Lieneke
Geen opmerkingen:
Een reactie posten