Vorige week zaterdag kwam er een einde aan onze werktijd in het restaurant. In de vrij korte periode dat we daar hebben gewerkt (10 weken) zijn er 6 mensen ontslagen en 7 nieuwe mensen naar het eiland gehaald om ze te vervangen, waarvan er één alweer ontslagen is.

Na een klein samenzijn, met de paar collega’s die niet ontslagen waren, hebben we de dag erna maar eens het eiland bekeken. We kunnen met zekerheid zeggen dat als we geen werk hadden gevonden, het toch wel geldverspilling was geweest om hier naartoe te gaan. De Remarkable Rocks, waar het eiland beroemd om is, zijn mooi maar niet echt de moeite waard én om 340 dollar (210 euro) voor te betalen. Admiral Arch is met haar zeehonden niet echt om naar

huis te schrijven. We waren dan ook binnen een dag klaar met het eiland bezichtigen.
Als je een trouwe lezer bent met een prima geheugen herinner je vast nog wel het verhaal van de mensen die wij hebben ontmoet in Mt. Gambier (29-10-2009). Rob en Rose King stelde ons voor langs te komen en te overnachten in hun gasthuis te Willunga. Willunga is een klein dorpje ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Adalaide. Na een telefoontje met Rose te hebben gepleegd was onze volgende stop een zekerheid.
We waren officieel maandag ochtend het huis uitgegaan, maar maandagavond had nog niemand zijn intrek erin genomen. Dus hebben we onze spullen maar weer terug gelegd en zijn nog maar een nachtje in het huis blijven slapen. De volgende dag zijn we naar een collega gegaan waar we zouden eten. We kwamen die dag en bleven die nacht.
Na een “emotioneel” afscheid op woensdag, kwamen daar de onweerswolken die ons v

ertrek van Kangaroo Island wilden saboteren. Vol moed vertrokken wij alsnog richting de veerboot, onze link naar het “vaste land” Australië. Gelukkig stormde het als een gek en Lieneke haar maagje deed vrolijk mee. Na een uur varen arriveerden wij in Cape Jervis en zetten onze tocht voort richting Normanville. In Normanville parkeerde wij de auto op een luxe Top Touristpark met een prachtig strand en sliepen weer sinds een lange tijd in ons trouwe busje.
De volgende ochtend reden wij richting Willunga, waar Rose ons een hartelijk welkom

gaf. Helaas was Rob aan het werk als vrachtwagenchauffeur en zou pas de dag erna thuis zijn. Het gasthuis van Rob en Rose zag er erg goed uit. Zo was het voorzien van een groot twee persoonsbed, douche, keuken, tv, woonkamer en een enorme verzameling speelgoedtrucks (van Rob). Last but not least was het verwarmde zwembad waar wij dankbaar gebruik van konden maken.
Rose was zo vriendelijk om ons mee te nemen naar de kapper.

Voor Outger was het vier maanden geleden dat hij zijn kapper Jan voor het laatst zag voor Lieneke was het zelfs 6 maanden. Zoals zo veel mensen hier waarschuwde de kapper ons dat als we een Aboriginal aanrijden in de outback dat we door moeten rijden. Want als je stopt, komen de familieleden je pijnigen. ‘Gewoon doorrijden naar het eerste politiebureau en zeggen dat je in paniek raakte en hem of haar daarom daar hebt laten liggen’, waren de

veel gehoorden woorden. We weten niet echt of we deze woorden moeten geloven maar met enig geluk rijden we niks aan.
De dag daarna nam Rose ons op sleeptouw naar de stad Noarlanga om wat te gaan winkelen. Zo moesten we de registratie van de auto regelen, Outger had nieuwe kleren nodig en we wilden graag een videocamera kopen. Want ja, we kregen nog 5000 dollar belasting terug, dus we konden wel wat geld uitgeven.
Zaterdag en zondag waren familie dag. Rob kwam vrijdagavond thuis en de volgende dag kwam hun zoon met vrouw en kinderen naar The Dutch from The Netherlands kijken. We moesten uitgebreid vertellen wat The Dikes waren. Rob Junior vond dit nogal apart, want het woord Dikes wordt hier gebruikt om lesbiennes te verwoorden. Omdat we zondag een trip door Adelaide zouden maken met onze gastvrouw en heer, werden we uitgenodigd voor een Aussie ontbijt om 9 uur ’s ochtends door Rob Junior.
Adelaide is geen grote stad en ook niet heel bijzonder. Binnen ander half uur waren we dan ook klaar met het bekijken. Het enige spannende van de trip was dat er een haaienalarm was op het strand. Het klinkt een beetje als ons alarm op de eerste maandag van elke maand. Twee minuten later stonden we langs het strand als een stel ramptoeristen. Het schijnt zo te zijn dat er de hele dag een helikopter langs het strand vliegt om de wacht te houden. Zodra er een haai wordt gespot, gaat het alarm af en moet iedereen het water uit. De helikopter probeert dan de haai weg te jagen. Deze dag had de haai niet zoveel zin, dus duurde het een tijdje voordat hij eindelijk weg ging.
Aangezien we een lange reis moeten maken van Adelaide naar Perth, brachten we de auto maar even naar de garage voor een servicebeurt. Dit was zo gepiept en hij loopt weer als een zonnetje. Diezelfde dag werden we ook voorgesteld aan de dochter van Rob en Rose en haar familie. Omdat niemand in de familie een flauw idee had waar The Netherlands nou eigenlijk ligt, werd de Wereld Atlas en Google Earth maar even geraadpleegd. Lieneke moest uitgebreid vertellen waar die houten dingen in het water voor waren en Outger liet met trots zien hoeveel land vader Commandeur wel niet heeft.
Dinsdag was een baaldag. Het blijkt dat we maar 900 dollar (550 euro) terugkrijgen van de belasting omdat we buitenlanders zijn. We hadden dus gerekend op 5000 dollar (3000 euro). Het gaat nog niet zo ver dat we op een houtje moeten bijten, maar leuk is anders. De Host Plus (ouderdomspensioen) kunnen we wel terug vragen, maar daar moeten we 35% over betalen en krijgen we pas terug als we weer in Nederland zijn. Het zit dus niet echt mee. Gelukkig wilde de accountant het gratis voor ons doen omdat we zo weinig terug krijgen.
Vanmiddag hebben we alleen afscheid genomen van Rose want Rob was vanochtend al vroeg vertrokken met de vrachtwagen. Laten we zo zeggen dat we erg verwend zijn met bijna 3 maanden in een huis/gastenhuis te slapen dus het wordt wel weer even wennen om in het oude vertrouwde busje te slapen.
Outger & Lieneke