21 Februari 2010

Zoals we in ons vorige verhaal aangaven was het tijd om de Nullarbor over te steken. De plaatselijke bevolking… van de camping, gaf ons enige wijzen adviezen om een veilige overtocht te garanderen. Als je de overtocht wil maken is het wijs om dit te doen met lage temperaturen. De gemiddelde temperatuur in de Nullarbor is 40 graden en dus wil je de heetste dag daar niet meemaken. Water is een must, want waar je heengaat is weinig, en als het er is betaal je de hoofdprijs. Neem geen Aboriginals mee op sleeptouw, want de kans is groot dat de rest van de familie in de bosjes is verstopt en op het dak springt. Naar de weg hoef je niet te vragen, want er is er maar één, en die gaat van oost naar west. Met deze wijze lessen gingen wij op pad.

Vol verwachting reden wij richting deze kale vlakte. Het was niet lastig te zien dat we de Nullarbor bereikt hadden. Afgezien van een paar struikjes ter hoogte van je knie was er zover het oog reikte niets. Na een aantal uren rijden kwamen wij in het eerste “dorpje”, wat meer op een benzinestation en een huis leek. De benzine was zoals verwacht spectaculair duur, dit was voor ons en onze 20 liter jerrycan diesel geen probleem. Wij hadden in de bewoonde wereld diesel ingeslagen.

Onderweg kwamen wij unieke verkeersborden tegen, die ons wel wat beangstigden. Zoals: “De volgende 150 kilometer kamelen, wombats, kangaroos en emu’s op de weg”. Iedere keer als je dacht deze 150 kilometer te hebben overleefd, stond het volgende waarschuwingsbord alweer op je te wachten. Toen we wat hogere struikjes kregen, moest Outger een aantal keer flink op zijn rem trappen voor jawel, de emu’s. Deze daverend geveerde vreemde vogels lijken meer op Japanse kamikazepiloten dan overlevers van de natuur. Zo rennen ze letterlijk van gekte alle kanten op en besluiten dan toch liever de pijp aan Maarten te geven. Natuurlijk kwamen wij ook kangaroos tegen die wijs aan de kant van de weg bleven. En geloof het of niet, maarliefst vier fietsers. Onze ervaring van deze vlakte was dat het wel heel spectaculaire en heeft zijn eigen charme.

Omdat Outger het over grote deel van de reis had gereden, mocht Lieneke de langste rechte weg in Australië rijden. Deze 146.6 kilometer weg is dus heel recht en saai. Afgezien van de road trains (vrachtwagens met 3 trailers) was er vrij weinig te beleven.

Na twee dagen rijden kwamen wij in Norseman aan. Hier bleven we niet lang, want het is meer een stadje om bij te komen en dan weer door te gaan. Onze volgende stop was in Esperance, één van de mooiste plekken waar we tot nu toe geweest zijn. De stranden zijn zo wit als sneeuw en het water zo helder als kraanwater. Het beste van alles was, je hebt het strand voor jezelf.

Vanuit Esperance reden we naar Walpole, waar de bomen enorm hoog zijn. Dit wilden wij even met eigen ogen zien. En inderdaad, ze zijn behoorlijk hoog. Via een constructie kon je, zonder te klimmen, tussen de toppen van de bomen lopen. Omdat ze je een gevoel willen geven hoe het zou zijn als een boom, bewoog deze constructie met de wind mee. Dit was niet altijd even fijn, omdat je 40 meter van de grond zit. Het andere gedeelte van het park bestond uit holle bomen. De binnenkant was door vuur verteerd of door een schimmel weggerot, je kon er zo doorheen lopen.

Hierna kwamen we in het meest toeristische gebied van west Australië. Wat je hier tegenkomt is geblondeerde surfers met zwembroeken van het merk Billabong. Je hebt hier namelijk een van de beste surfgolven in de wereld. Outger en Lieneke blijven alleen op het strand want deze golfjes zijn wel monsterlijk groot. Zo was er laatst een golf van maarliefst vijf verdiepingen hoog.

Outger & Lieneke

11 februari 2010

Na afscheid te hebben genomen van Rob en Rose reden wij richting Port Augusta. Maar voor wij lekker het gaspedaal konden intrappen moesten wij door de ministad Adalaide. Het was lekker druk op de weg en dus brachten wij veel tijd door wachtend voor het stoplicht. Na 350 kilometer kwamen wij aan in Port Augusta, waar ons plan was om de nacht op een vrachtwagenslaapplaats door te brengen. De enige faciliteit daar was een toilet en dus zochten wij naar iets beters…

Vijfenzeventig kilometer later en enige slaapplaatsen verder besloten wij toch maar de nacht op een parkeerterrein te spenderen in Whyalla. Gelukkig waren wij niet de enige, want naast ons stond nog een auto en even verderop nog een camper. Een uurtje later was iedereen weg. De enige persoon in de buurt was een zwerver die er lustig op los graaide in de omringende vuilnisbakken. Toen de zwerver ergens anders ging zwerven en het even rustig bleek te zijn was het de beurt aan “het verliefde stelletje”. Het verliefde stelletje had blijkbaar niet veel beters te doen dan midden in de nacht op een verlaten parkeerplaats naast een rood busje te staan praten. Niet veel minuten later kwamen daar nog twee vriendjes aan die gezellig meededen, en zo leek het even op een klein feestje. Na een uurtje was iedereen vertrokken en nam de dronken meute in de auto’s de shift over. De volgende ochtend werden wij wakker van de gemeentewerkers die druk in de weer waren met… praten en het drinken van koffie. Je moet maar zo denken, het kan altijd slechter!

Voor de verandering vroeg op pad, en dit keer richting Port Licoln. Port Licoln is de thuishaven van Jaws, want hier is deze film opgenomen. Helaas zag je hier niet veel meer van terug, maar om dit goed te maken kon je hier wel in een kooi met haaien duiken. Iets wat wel weggelegd was voor ons was het Port Licoln National Park, wat tien kilometer verderop lag. Het enige obstakel hier waren de dirt roads (asfalt loze wegen), maar ons busje is een beest en overwon deze zonder moeite. Het leuke van deze dirt roads is dat je je echt in de natuur begeeft. Zo kwamen er halverwege emu’s (soort struisvogels), een leguaan (grote salamander) en natuurlijk kangaroe’s over de weg heen hobbelen. Om dat ons busje niet al te snel kon gaan over deze weg, deden we een uur over 25 kilometer. Maar de bush camping (een camping midden in het bos zonder iets) was het waard. Zo stonden we boven aan een klif en hadden we prachtig uitzicht met een strand aan onze voeten. Deze bush camping had wel een wc’tje, maar zelfs Lieneke deed haar behoefte liever buiten (en dat zegt heel veel over deze wc). Omdat het zo lang duurde om over deze weg heen te rijden, besloten we om de volgende dag vroeg te vertrekken richting Elliston.

Over elke plek valt er wel wat te vertellen, maar deze plek was zo ontzettend stil, dat je er niet dood gevonden wil worden. Elliston heeft wel een mooi strand en een lekker bakkerijtje. Maar daar is alles mee gezegd.

Streaky bay was de volgende plek maar er was niet veel verschil met Elliston. Gelukkig is driemaal scheepsrecht en het plaatsje daarna, Ceduna, is wel heel leuk. Omdat we tegen een Aboriginal reservaat aan zitten, zijn er in dit dorpje heel veel. Wat je hier ook heel veel ziet is politie.

Om het krabvissen is deze plek bekend, dus Outger wilde ook zijn geluk beproeven en sleepte Lieneke met zich mee. Tot de tanden bewapend met vissenkoppen, netten, emmers en stoelen gingen wij op pad. Meteen de eerste keer had Outger een Blue Crab (blauwe krab) gevangen. Krabbie werd deze eerste vangst genoemd en had de perfecte lengte (het lichaam moeten groter zijn dan 11cm) dus kon hij in het emmertje. Na vele mislukten pogingen te ontsnappen, bleef hij ons de rest van de tijd chagrijnig aankijken. Ook deed hij veel moeite om ons te grijpen met zijn klauw als we te dichtbij kwamen. Daarna zaten er 15 te kleine krabbetjes in de netten voordat Outger er weer eentje van de goede grote had. Zo kwamen we uiteindelijk met 3 krabben thuis. Een pijlstaart rog had al Outger’s aas opgegeten, dus vond hij het wel weer genoeg.

Eenmaal op de camping werd Outger geholpen door allerlei oude mannen die het maar wat interessant vonden om The Dutch te leren hoe je een krab moest schoonmaken. Na het schoonmaken en koken presenteerde hij zijn vangst en zo hadden wij een chique middagmaal.

Waar Ceduna ook om bekend staat is de overgang door de Nullarbor deze naam betekend “geen bomen” in het Latijn. De weg is 1200 kilometer lang en er is dan ook niets meer dan een paar kroegen en benzinestations. Er wordt geadviseerd veel water in te slaan en geen Aboriginals op sleeptouw te nemen. Ik las dit zojuist hardop voor en drie maal raden wat er langsliep en me aanstaarde. Morgen beginnen we aan onze overtocht en de volgende keer lees je hier meer over.

Outger & Lieneke

4 februari 2010

Vorige week zaterdag kwam er een einde aan onze werktijd in het restaurant. In de vrij korte periode dat we daar hebben gewerkt (10 weken) zijn er 6 mensen ontslagen en 7 nieuwe mensen naar het eiland gehaald om ze te vervangen, waarvan er één alweer ontslagen is.

Na een klein samenzijn, met de paar collega’s die niet ontslagen waren, hebben we de dag erna maar eens het eiland bekeken. We kunnen met zekerheid zeggen dat als we geen werk hadden gevonden, het toch wel geldverspilling was geweest om hier naartoe te gaan. De Remarkable Rocks, waar het eiland beroemd om is, zijn mooi maar niet echt de moeite waard én om 340 dollar (210 euro) voor te betalen. Admiral Arch is met haar zeehonden niet echt om naar huis te schrijven. We waren dan ook binnen een dag klaar met het eiland bezichtigen.

Als je een trouwe lezer bent met een prima geheugen herinner je vast nog wel het verhaal van de mensen die wij hebben ontmoet in Mt. Gambier (29-10-2009). Rob en Rose King stelde ons voor langs te komen en te overnachten in hun gasthuis te Willunga. Willunga is een klein dorpje ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Adalaide. Na een telefoontje met Rose te hebben gepleegd was onze volgende stop een zekerheid.

We waren officieel maandag ochtend het huis uitgegaan, maar maandagavond had nog niemand zijn intrek erin genomen. Dus hebben we onze spullen maar weer terug gelegd en zijn nog maar een nachtje in het huis blijven slapen. De volgende dag zijn we naar een collega gegaan waar we zouden eten. We kwamen die dag en bleven die nacht.

Na een “emotioneel” afscheid op woensdag, kwamen daar de onweerswolken die ons vertrek van Kangaroo Island wilden saboteren. Vol moed vertrokken wij alsnog richting de veerboot, onze link naar het “vaste land” Australië. Gelukkig stormde het als een gek en Lieneke haar maagje deed vrolijk mee. Na een uur varen arriveerden wij in Cape Jervis en zetten onze tocht voort richting Normanville. In Normanville parkeerde wij de auto op een luxe Top Touristpark met een prachtig strand en sliepen weer sinds een lange tijd in ons trouwe busje.

De volgende ochtend reden wij richting Willunga, waar Rose ons een hartelijk welkom gaf. Helaas was Rob aan het werk als vrachtwagenchauffeur en zou pas de dag erna thuis zijn. Het gasthuis van Rob en Rose zag er erg goed uit. Zo was het voorzien van een groot twee persoonsbed, douche, keuken, tv, woonkamer en een enorme verzameling speelgoedtrucks (van Rob). Last but not least was het verwarmde zwembad waar wij dankbaar gebruik van konden maken.
Rose was zo vriendelijk om ons mee te nemen naar de kapper. Voor Outger was het vier maanden geleden dat hij zijn kapper Jan voor het laatst zag voor Lieneke was het zelfs 6 maanden. Zoals zo veel mensen hier waarschuwde de kapper ons dat als we een Aboriginal aanrijden in de outback dat we door moeten rijden. Want als je stopt, komen de familieleden je pijnigen. ‘Gewoon doorrijden naar het eerste politiebureau en zeggen dat je in paniek raakte en hem of haar daarom daar hebt laten liggen’, waren de veel gehoorden woorden. We weten niet echt of we deze woorden moeten geloven maar met enig geluk rijden we niks aan.

De dag daarna nam Rose ons op sleeptouw naar de stad Noarlanga om wat te gaan winkelen. Zo moesten we de registratie van de auto regelen, Outger had nieuwe kleren nodig en we wilden graag een videocamera kopen. Want ja, we kregen nog 5000 dollar belasting terug, dus we konden wel wat geld uitgeven.

Zaterdag en zondag waren familie dag. Rob kwam vrijdagavond thuis en de volgende dag kwam hun zoon met vrouw en kinderen naar The Dutch from The Netherlands kijken. We moesten uitgebreid vertellen wat The Dikes waren. Rob Junior vond dit nogal apart, want het woord Dikes wordt hier gebruikt om lesbiennes te verwoorden. Omdat we zondag een trip door Adelaide zouden maken met onze gastvrouw en heer, werden we uitgenodigd voor een Aussie ontbijt om 9 uur ’s ochtends door Rob Junior.

Adelaide is geen grote stad en ook niet heel bijzonder. Binnen ander half uur waren we dan ook klaar met het bekijken. Het enige spannende van de trip was dat er een haaienalarm was op het strand. Het klinkt een beetje als ons alarm op de eerste maandag van elke maand. Twee minuten later stonden we langs het strand als een stel ramptoeristen. Het schijnt zo te zijn dat er de hele dag een helikopter langs het strand vliegt om de wacht te houden. Zodra er een haai wordt gespot, gaat het alarm af en moet iedereen het water uit. De helikopter probeert dan de haai weg te jagen. Deze dag had de haai niet zoveel zin, dus duurde het een tijdje voordat hij eindelijk weg ging.

Aangezien we een lange reis moeten maken van Adelaide naar Perth, brachten we de auto maar even naar de garage voor een servicebeurt. Dit was zo gepiept en hij loopt weer als een zonnetje. Diezelfde dag werden we ook voorgesteld aan de dochter van Rob en Rose en haar familie. Omdat niemand in de familie een flauw idee had waar The Netherlands nou eigenlijk ligt, werd de Wereld Atlas en Google Earth maar even geraadpleegd. Lieneke moest uitgebreid vertellen waar die houten dingen in het water voor waren en Outger liet met trots zien hoeveel land vader Commandeur wel niet heeft.

Dinsdag was een baaldag. Het blijkt dat we maar 900 dollar (550 euro) terugkrijgen van de belasting omdat we buitenlanders zijn. We hadden dus gerekend op 5000 dollar (3000 euro). Het gaat nog niet zo ver dat we op een houtje moeten bijten, maar leuk is anders. De Host Plus (ouderdomspensioen) kunnen we wel terug vragen, maar daar moeten we 35% over betalen en krijgen we pas terug als we weer in Nederland zijn. Het zit dus niet echt mee. Gelukkig wilde de accountant het gratis voor ons doen omdat we zo weinig terug krijgen.

Vanmiddag hebben we alleen afscheid genomen van Rose want Rob was vanochtend al vroeg vertrokken met de vrachtwagen. Laten we zo zeggen dat we erg verwend zijn met bijna 3 maanden in een huis/gastenhuis te slapen dus het wordt wel weer even wennen om in het oude vertrouwde busje te slapen.

Outger & Lieneke