21 Maart 2010

Nadat wij de auto grondig hadden laten nakijken op mechanische missers reden wij richting Coral Bay. Coral Bay klinkt interessanter dan het in werkelijkheid is. Het is dan ook geen verassing dat je er met een vischarters weg kan of kan snorkelen tussen het koraal. Het plaatsje zelf bestaat grotendeels uit winkeltjes en caravan parken.

Nadat wij (zoals elke ochtend) wakker werden van de brandende hitte in ons busje reden wij richting Exmouth. Exmouth beviel ons gelijk want we kwamen onze grote vriendelijke vrienden de Emu’s weer tegen. Het caravan park was niet duur en ze hadden een groot tropisch zwembad. Omdat de omgeving bekend staat om de Whalesharks (walvishaaien) boekten wij een tour om deze is even van dichtbij te zien. Het was mogelijk om met deze enorme beesten te zwemmen, maar daar moest je dan ook een flinke duit voor neerleggen.

Zondag ochtend werden wij om half acht opgehaald van de camping door een bus met een zeer enthousiaste reisleider. We reden richting het strand waar we met een klein rubberbootje naar het grotere schip werden gevaren. Hier werd ons uitgebreid de regels verteld en het programma uitgelegd. Lieneke voelde zich hier al niet zo lekker. We kregen allemaal een wetsuit aan en we mochten gaan snorkelen. Lieneke ziet er een beetje groener uit. Na het snorkelen werd ons verteld dat er een whaleshark was gespot en dat we er meteen naar toe gingen. Lieneke houdt het niet meer en kotst overboord. Een klein groepje mensen had zich opgegeven om met de whaleshark te zwemmen en werden bij het zien ervan de boot uitgegooid. Aangezien dit dier erg snel zwemt, pikte de boot de mensen op en zetten deze weer af op de cours van de whaleshark. Dit stoppen, omkeren en dan weer varen deed menig persoon zijn maag ronddraaien (dat rijmt!). Zo kreeg Lieneke in ene zes vrienden aan de reling van de boot en kon de rest toezien hoe het uit hun mondje spoot (dat rijmt ook!). Omdat vele van ons een lege maag hadden, gingen we naar wat rustiger water om daar te lunchen. Vergezeld door dolfijnen, konden we weer gaan snorkelen tussen het koraal. Gelukkig ging het hier weer wat beter met Lieneke’s maagje, zodat ze niet helemaal voor niets mee was.

Kort hierna werden we weer aan de wal gezet door het rubberbootje en naar onze accommodatie gebracht. Toen kwamen we er achter dat we flink verbrand waren. Lieneke haar boven benen zelfs zo erg dat we denken dat het een tweedegraads brandwond is. Zo werden er grote potten aloë Vera en aftersun aangeschaft.

Op maandag vertrokken we weer richting het Noorden. We kunnen met recht zeggen dat we door één van de mooiste plekken tot nu toe zijn gereden. Rode grond, groene bomen en kleine heuvels in rare vormen. Het schijnt dat we in het natte seizoen zitten en wat regen waarderen wij wel, aangezien het lang geleden is dat wij regen zagen. Constant op zo’n twee kilometer afstand bleven de regenwolken van ons vandaan, en bleven wij warm en nat door zweet. Dorpjes zijn er in het noordwesten van Australië bijna niet. De enige plek waar af en toe iemand woont is een roadhouse, waar je je scheel betaald voor een liter diesel.

Als je een stad tegenkomt is het een industriestad als Karratha waar men nog steeds in klederdracht loopt. Blauwe broeken en gele shirts voeren de boventoon van dit geheel. Behalve dat je er kan slapen is er verder niet zoveel over te vertellen.

De volgende ochtend reden we dan ook weer door richting het Noorden. Omdat we ons een beetje hadden verkeken op de afstand die we die dag moesten rijden, bleven we die avond in the middle of nowhere overnachten bij een Roadhouse mét zwembad! We merkten wel dat het verder naar het noorden steeds vochtiger werd in de lucht. Omdat 80 mile beach niet echt leuk was afgezien van het strand wat (heel verassend) 80 miles lang is, reden we door naar Broome. De weg naar Broome is heel erg mooi. Rode grond, groene bomen en kleine heuvels. Vlak voor Broome reden we door een gebied waar we heimwee van kregen, vlakke weilanden met wit zwarte koeien erin. Broome zelf vonden wij ook ontzettend leuk. Het stadcentrum is Chinatown. De getijden hier zijn extreem, namelijk 11 meter. Zo kun je als het eb is wel 3 kilometer lopen voordat je bij het water komt, uiteraard moet je wel snel terug zijn als het weer vloed wordt! Wat ook heel mooi is in Broom is het Gantheaume Point, waar rode rotsen het blauwe water raken en met eb er nog een wit strand tussen ligt.

En natuurlijkis er dan nog de regen waar het Noorden bekend omstaat. Wij hebben het in Broome niet meegemaakt maar we gaan nu richting Darwin dus wie weet ...

Outger & Lieneke

9 Maart 2010

Na een fijne tijd in Gracetown reden wij verder naar het Noorden richting Busselton. In Busselton voelden wij de behoeften een camping te bezoeken mét een zwembad. Je betaald hier over het algemeen meer voor en zo was dat ook bij de camping waar wij arriveerden. Wij betaalden 34 dollar (21 euro) voor een plaatsje met stroom en wat schaduw. Wat wij nog nooit hadden meegemaakt was dat wij door een man op een fiets naar onze plek begeleid werden. Deze vriendelijke meneer vertelde ons daarnaast wat er allemaal te doen was in Busselton en dat je hier geweldig kon vissen aan het strand. Outger heeft die avond geen vis gevangen!

De volgende ochtend reden wij met enige tegenzin van deze luxe camping naar Yallingup. In Yallingup vonden wij ons droomhuis, ter waarde van zes miljoen dollars (enige donaties zijn altijd welkom). De golven in Yallingup reikten enige meters boven het zeeniveau uit, waar een aantal meer ervaren surfers dankbaar gebruik van maakten.

Na twee nachten in Yallingup te hebben verbleven reden wij richting Rockingham, wat 50 kilometer ten zuiden van Perth (de hoofdstad van Western Australia) ligt. Over Rockingham weten wij niet veel te vertellen, aangezien het donker was dat wij er aankwamen. Omdat Perth niet veel verschilde van de steden waar wij geweest waren, besloten wij door te rijden naar New Norcia.

New Norcia is niet zozeer een dorp, maar een klooster waar acht monniken wonen, die maarliefst zes keer per dag bidden en daarnaast hard werken. Zij zijn namelijk in alle markten thuis, zo maken zij olijfolie, brood, wijn, bier, koek, souvenirs en bieden mensen die het even niet zien zitten een onderkomen om terug te komen tot jezelf. Verder runnen het plaatselijke hotel en onderhouden ze het museum. Wij lieten ons hier rondleiden door een vriendelijke mevrouw die overduidelijk net als ons last had van de intense hitte van die dag. Zo was het een “bescheiden” 43 graden die dag en moesten wij alles lopen in de brandende zon. De verhalen die zij vertelde over het ontstaan van dit geheel waren de hitte zeker waard.

Zo hoopten wij na de rondleiding de hitte van New Norcia te ontsnappen door weer richting de Indische Oceaan te rijden naar Jurien Bay. Dit was alles behalve waar, het werd daar 47 graden. Met zo een immense warmte kan je niets doen als je de luxe van een airconditioning niet tot je beschikking hebt. In de zon lekker zonnebaden is uitgesloten, want je voelt jezelf langzamerhand smelten. Het zweet gutst van je lijf en om al dit vocht weer aan te vullen drink je gemiddeld vijf liter water per dag. In de buurt van Jurian Bay kan je “The Pinnacles” bezichtigen. Omdat het overdag zo warm was gingen wij er met zonsondergang heen, dit is uiteraard “Primetime” voor Kangaroo’s op de weg. Met groepjes tegelijk lagen de kangaroo’s in de berm te wachten op een onoplettende automobilist om deze letterlijk te bespringen. Zo sprong een jonge spruit voor ons busje om zichzelf zo van zijn leven te beroven. Gelukkig konden wij net op tijd remmen. Na een spelletje “Kangaroo Ontwijken” kwamen wij aan bij de Pinnacles. Deze waren zeker indrukwekkend (zie geweldige foto’s). De Pinnacles zijn in der jaren ontstaan door kleine schepjes die aan elkaar vast gecement werden door water. Uit dit alles ontstonden deze kleine pilaartjes.

Zoals je vaak op het nieuws ziet zijn er bosbranden in Australië. Zo werden wij hier voor het eerst mee geconfronteerd toen wij richting Geralton reden. Een vriendelijke man bedekt met een dekentje vliegen in zijn gezicht wees ons een zijweg in, aangezien de hoofdweg afgesloten was in verband met een bosbrand. In totaal moesten wij 150 kilometer omrijden tot wij uiteindelijk op onze eindbestemming Geralton aankwamen. Geralton diende meer als tussenstop voor Kalbarri. Kalbarri is een klein dorpje aan de zee met een aantal spectaculaire uitzichtpunten. Outger heeft hier ook een zeer smakelijke vis gevangen. Omdat hij de tweede avond niks ving en omdat wij destijds vijf maanden van huis weg waren, besloten wij onszelf te trakteren op een pizza.

Onze volgende stop was Denham een klein plaatsje langs het wereldberoemde Shark Bay. Van wat wij over Denham gelezen hadden moeten wij toch zeggen dat Denham best tegen viel. Het dorpje had een onpersoonlijke sfeer met een tegenvallende omgeving. Het zal je dan ook niet verassen dat wij de volgende ochtend richting Monky Mia reden. Het dorpje –wat eigenlijk geen dorpje is, maar meer een resort- ligt net als Denham aan de Shark Bay. Het verschil is alleen dat je hier geregeld dolfijnen kan spotten en met geluk er mee kan zwemmen. Zo hadden wij geluk! Halverwege de middag waren wij aan het zwemmen langs het parelwitte strand toen Outger opgeschrikt werd door een naderende donkere gestalte. Toen deze vanuit het water rees zag hij dat er twee dolfijnen op minder dan armlengte nieuwsgierig bij ons zwommen. Lieneke had het nog niet helemaal door en keek in de verte toen Outger vol enthousiasme “dolfijnen!” schreeuwde. Tot haar grote schrik en een gepast “Holy Shit” staarde zij in het oog van een dolfijn. Naast de dolfijnen werden wij lastig gevallen door een hongerige Emu, die het had voorzien op ons voedsel. Toen wij rustig aan het eten waren, kwam hij in volle snelheid aanlopen. Zo hebben wij menig rondje om de auto moeten rennen om te ontsnappen aan zijn terreur.

Vandaag zitten wij op een camping in Carnarvon, waar wij ons busje laten controleren voor onze reis naar Darwin. Ze zeggen dat het daar nog warmer wordt…

Outger en Lieneke