10 April 2010

Nadat wij het oh-zo mooie Broome verlieten reden wij de lange stille wegen tegemoet richting Katherine. Katherine ligt in The Northern Territory en 1500 kilometer van Broom af, dat is dus weer een roteind rijden. Omdat het niet verstandig is deze afstand in één dag te doen besloten wij in Halls Creek te slapen, waar mensen het niet waarderen als man en vrouw samen douchen. De volgende dag reden wij naar Wyndham, hier moet je niet raar kijken als je niet alleen douched, want de kikkers komen er gezellig bij staan. Wyndham staat bekend om haar Five River Point, waar dus vijf rivieren samen komen en als één grote rivier verder stroomt. Bovenop een heuvel kon je dit goed bekijken en het leverde ook wat mooie plaatjes op.

In Kununurra wonen heel veel Aboriginals, echt ontzettend veel, ze lijken in het park te wonen en laten graag horen dat ze er zijn. In dit plaatsje was niet veel te doen dus namen wij het ervan door te gaan zwemmen, lezen, gapen, eten, slapen en dat de volgende dag weer te herhalen. Na een paar dagen reden wij naar Katherine, waar meer te doen schijnt te zijn. Eenmaal aangekomen keken wij op van de muziek die in dit dorp uit de speakers kwam. Van Madonna tot de laatste country hits, hier was het gezellig! Gelukkig zaten wij op een camping zes kilometer buiten het dorp, zodat we hier niet de hele dag naar hoeven te luisteren. Katherine beschikt over hotsprings, die na uitgebreid testen niet erg “hot” bleken te zijn, tenzij je praat over een “hotspot” waar mensen graag samenkomen. In Katherine kan je namelijk krokodillen vinden en de enige plek waar je, naast een zwembad, in kan zwemmen, zijn de hotsprings.

Na een aantal dagen in Katherine reden wij naar het noorden richting Darwin. Onderweg kwamen wij het mooiste nationale park tegen tot nu toe. Het park heet Lichfield National Park en als je van watervallen houdt, word je hier blij van. Het eerste wat we zagen was een termietenhoop die vier meter de lucht in reikte. De termieten hadden deze gebouwen zo gemaakt dat deze beestjes beter konden wennen aan de temperatuursverschillen. Daarna kwamen wij bij de watervallen waar je soms wel, en soms niet kon zwemmen in verband met krokodillen. Na uitgebreid zwemmen kwamen wij aan bij een waterval waar je omheen kon lopen door het tropische bos. Dit was zeer interessant… Omdat wij de hele tijd naar beneden keken voor slangen vergaten wij dat boven ons ook diertjes leven. Toen Lieneke Outger op de foto wilde nemen werd ons duidelijk dat 20 centimeter boven ons spinnen zo groot als mensen handen druk bezig waren met het eten van hun vangst. Het bos zelf was onbeschrijfelijk mooi en gaf je het gevoel alsof je in een sprookjesbos liep met overal vlinders om je heen en de heerlijke geur van bloemen. Van het ene moment op het andere reden wij over de weg tussen een bosbrand door, die niet erg hoog was maar de warmte was wel voelbaar. In Australië wordt deze techniek gebruikt om het land weer vruchtbaar te maken en zo weet je vaak niet of het met opzet is aangestoken of niet.

De dag erna vertrokken wij richting Darwin, een geïsoleerde stad in de tropen van Australië. De binnenstad zag er erg gezellig uit, gelukkig was er ook een boekhandel waar wij wat leeswaar in konden slaan. In ditzelfde kleine gebouw was tevens een verzameling van Aboriginal kunst te vinden. Helaas was het kunstwerk waar wij ons oog op hadden laten vallen net iets te duur voor ons budget.

Nadat wij Darwin verlieten, schoot het er bij ons te binnen dat wij nog geen krokodillen hadden gezien. Op de weg naar Kakadu National Park, kwam deze mogelijkheid aan bod. Eigenlijk was het meer een bombardement aan borden langs de weg die ons erop wezen dat je hier springende krokodillen kon zien. Na de juiste afslag te hebben genomen vroegen wij ons even af of wij in de val werden gelokt voor wat voor reden dan ook. De weg erheen was een dirt road, zo stil en luguber dat menig persoon zou omkeren. Na een tijdje rijden zagen wij tientallen auto’s op een parkeerplaats wat ons gerust stelde. De volgende krokodillentour zou over anderhalf uur plaatsvinden vertelde een typische outback Australiër. Na een uur wachten kwamen er meerdere mensen en werd er een slang tevoorschijn gehaald. Lieneke was er niet erg gerust op toen dezelfde outback Australiër een slang in haar gezicht drukte. Outger wilde hem wel even om zijn nek… Na het slangendebakel was het tijd voor het krokodillendebakel. We werden op een boot gezet. Nadat de boot afmeerde was er niet veel nodig om krokodillen te lokken. Aangezien ze het geluid van de motor herkende en wisten dat er voedsel aankwam. Een jonge vrouw bond een paar stukken Buffelvlees aan een touw en daagde de krokodillen uit dit ervan af te trekken, die niet aarzelde. De grootste krokodil die uit het water rees was een respectabele zes meter en ouder dan 100 jaar. De kleinste was net een meter, maar wist wel met zijn/haar hele lichaam uit het water springen. In de verte kwamen een paar donkere wolken die niets meer dan onheil voorspelde. Het duurde niet lang voordat de regen met bakken uit de hemel kwam en alles en iedereen doordrenkt achterliet op de boot. Zo gauw als het kwam was het ook weer verdwenen als een dief in de nacht. Nadat de krokodillen gevoerd waren was het tijd voor de vogels. Kleine stukjes vlees werden tevoorschijn getoverd en twee grote roofvogels namen hier met alle plezier genoegen mee. In “vogelvlucht” kwamen ze aangevlogen en pikten de stukjes vlees uit de lucht. Na anderhalf uur –nog steeds nat van de regen- verlieten wij tevreden de boot.

Toen wij aankwamen in Kakadu National Park was het al laat. We haasten ons richting een camping wat ironisch genoeg onderdeel was van het restaurant waar wij gewerkt hadden op Kangaroo Island. Nadat wij ons kookstelletje hadden opgezet en de blikken opentrokken begon het snel donker te worden. Niet wetend wat ons te wachten stond warmde wij onze blikken op. Enige minuten later kwamen daar de eerste muskito’s aan, om zich met vieze priknaaldjes in onze huid te boren. Het duurde niet lang voor wij ons busje in vluchten om daar verder te eten. Het duurde óók niet lang voor de muskito’s om te ontdekken dat er altijd wel wat kieren in een busje zitten, waardoor zij gretig naar binnen slopen. Niet wetend wat er tussen de kieren van ons busje afspeelde pakte wij onze douche spullen en rende naar de douches. De broertjes en zusjes van de muskito’s bij ons busje wachten ons daar al op en zetten het steek terreur verder onder de douche. Al vluchtend voor de tientallen muskito’s, rende wij terug naar ons busje, waar wij dachten veilig te zijn. Niet wetend dat hier de grootste slag zou plaatsvinden opende wij de deuren naar wat in veel religies Hel wordt genoemd. De tientallen muskito’s van de buitenlucht waren niets vergeleken met de honderden die ons binnen opwachten. De eerste klappen naar de muskito’s bleek niet veel uit te halen, aangezien hun nummers met de minuut toenamen. Het was tijd voor iets groters, iets sterkers, iets dat de moed tot in hun kleine muggenschoentjes zou laten zinken. Het was tijd voor de geconcentreerde muggenspray… Outger vroeg aan Lieneke of ze echt tot deze wanhoopsdaad over wilde gaan en trok de beveiliging van de spray eruit als de pin van een handgranaat. Het achterraam van de bus was ogenschijnlijk het centrum van operatie én de beste plek voor een chemische aanval. Lieneke dook onder een laken en Outger haalde diep adem en drukte de verlossende knop in van de spray, waarna een dodelijk gas zich over het achterraam verspreiden. Kieren werden bespoten, waardoor hun aantallen niet meer konden toenemen. Met tientallen tegelijk daalden de muskito’s neer en landen op de bodem van de bus en helaas, in bed. Na enige minuten in onze geïmproviseerde schuilkelder, wat eigenlijk een laken was, namen wij de schade op. Het was als de scene uit de film Independence Day, waarin een nucleaire aanval de buitenaardse wezens niet had gedood. De muskito’s waren er nog, en nog een chemische aanval zou onze gezondheid niet ten goede brengen. We ontdekten dat zolang onze ventilator aanstond de muskito’s niet in de buurt kwamen, althans, minder. Stijf van de zenuwen om weer geprikt te worden lagen we in de wind van de ventilator, waarna Outger de verlossende woorden zei “we hebben toch Deet (anti muskieten vloeistof) in onze EHBO doos?” De doos werd tevoorschijn gehaald en zo smeerden wij ons in met Deet. De eerste muskito landen op Lieneke en stuiterde er als de hazewind vanaf. De slag was voorbij…

De volgende ochtend, nog steeds rauw van de nacht ervoor besloten wij hier niet nog een nacht te blijven. Het plan was alles in Kakadu te bekijken en daarna richting Katherine te rijden. Veel was er niet te zien, aangezien bijna alles gesloten bleek te zijn door de hevige regen. De Aboriginal muurtekeningen waren niet afgesloten, maar de weg erheen bleek toch op sommige plekken overspoeld te zijn met water.

Na een dosis Kakadu zijn wij weer naar Katherine gereden waar wij nu zijn. In Katherine gaan we ons voorbereiden op de reis naar Alice Springs.

Outger & Lieneke