23 December 2009

Vandaag is onze vierde werkweek ingegaan bij het Aurora Seafront Hotel en kunnen we mededelen dat we nu al aan het aftellen zijn. De collega’s zijn allemaal erg aardig, maar er zijn factoren die ons hebben doen besluiten niet langer dan acht weken te blijven.

Één van deze factoren is de leidinggevende van het hotel/restaurant die met haar terreur het leven van werknemers zuur maakt. Dit is een lijdraad die sommige leidinggevende helaas hanteren en zo verschilt ze niet veel van deze mensen op één belangrijk punt na… Verstand! Zo zag Outger zijn leven voorbij flitsen toen deze leidinggevende iemand uit de vriezer kwam lopen met een 20 centimeter lang vlijmscherp mes. Het mes zat duchtig vastgeklemd in haar robuuste handen en in een dodelijk hoek naar voren gericht. In haar andere hand hield ze een stuk cake vast, die ogenschijnlijk het volgende slachtoffer zou worden van haar eetzucht. Dit vereist denk ik geen verdere uitleg. De leidinggevende is wel altijd heel erg geïnteresseerd in wat we doen. En ondanks dat ze streng is kun je ook best wel met deze persoon lachen. Al is het meer om dan met.

Lieneke was slachtoffer van haar schrikbewind op een ander vlak van haar specialiteit. Namelijk Big Brother Camera’s die niet alleen eventuele ongure personen in de gaten houden maar ook het personeel. Zo stond Lieneke even te praten met de koks. Ondertussen ging de telefoon en de hoofdserveerster nam op. Na een paar woorden te hebben gesproken hing zij weer op en kwam ze Lieneke vertellen dat de Baas niet tevreden was omdat ze niks aan het doen was. De Baas had namelijk via de camera’s gekeken en had gespot dat Lieneke aan het praten was. Ook was Lieneke de lul toen bleek dat ze ‘per ongeluk’ niet haar shirt had gestreken. Er werd een sleutel van een kamer in het hotel in haar handen gedrukt met de mededeling: Ga je shirt strijken. De volgende keer dat het niet gebeurd is kan ze uitklokken en thuis haar shirt strijken.

Voor het werk waar wij voor zijn aangenomen verdienen wij erg goed, zeker als we het vergelijken met de rest van het personeel. De koks krijgen een salaris per maand waarvoor ze minimaal 36 uur per week moeten werken. Deze uren maken ze met gemak, want ze worden per dag voor bijna 12 uur ingeroosterd. Wij krijgen gelukkig per uur betaald, dus mogen ze ons zo veel uren geven als ze willen.

We willen niet de indruk geven dat het hier een strafkamp is, want er zijn veel invloeden die het verblijf hier een stuk fijner maken. De mensen zijn erg aardig en zijn niet bang om een praatje met iemand te maken die ze niet kennen. Daarnaast zijn onze collega’s erg leuk, vooral degene waarmee wij samenwonen, maar met ieder zijn eigenaardige trekjes. Zo is er een Ier met wie je kan lachen, maar soms weet je niet of hij drank op heeft of niet. Verder is daar Joel een kok van formaat, die van eten houdt. Joel gaat niet veel uit, maar is ondanks dat altijd op de hoogte van de laatste roddels in het dorp. Michael werkt in de receptie, en mag alle (soms zeer lastige) bezoekers ontvangen. Hij heeft een oogje op Corrina, Lieneke haar borrelmaatje nu de andere borrelmaatjes aan de andere kant van de wereld zitten. Corina kan schelden als een zeeman en leert ons de meest stoute woorden in het Engelse vocabulaire, waar we van sommige woorden niet eens de betekenis weten. Dit wordt dan met alle liefde uitgelegd.

Het vissen is voor Outger elke keer een nieuw avontuur, de ene keer vangt hij niets, en de andere keer komt hij thuis met Australische Zalm of een paar snoeken. Op een zekere avond was het erg druk op de plek waar hij normaal zijn lijntje uitgooit. Vijftien mensen waren druk bezig, maar niemand ving wat op één iemand na die een zeekreeft ving aan een vishaak. Naast de gematigde vis, wordt er ook op haai gejaagd, we hebben alleen nog niemand er één zien vangen. Vaak nemen de Stingrays (pijlstaartrog) het beet wat eigenlijk voor de haai bedoeld is.

Het weer op Kangaroo Island is gematigder dan dat van het vaste land. Met gematigder bedoelen wij dat de temperatuur nog niet boven de 40 graden is geweest en vaak rond de 30 graden is. We kunnen ons voorstellen dat deze temperatuur niet te bevatten is voor de mensen thuis die nu in de sneeuw zitten. De rest van Australië kan zich niet erg gelukkig prijzen, zo heeft West Australia te kampen met een cycloon. Daarentegen heeft South Australia zojuist de hoogste staat van brandgevaar uitgeroepen. Er zijn wel echt prachtige sunrises, die Lieneke mocht bewonderen toen ze het ontbijt moest lopen.

Wij wensen al onze familieleden, vrienden, vriendinnen, kennisen en iedereen die dit leest een warme kerst en een knallend Nieuwjaar!

Outger & Lieneke

22 November 2009

Na onze periode in Victor Harbour, reden wij richting Cape Jervis. Het wegdek bestond uit hoge heuvels en diepe dalen. Zo racete Outger bijna 6 minuten lang 100 kmpu een heuvel af met de koppeling in zijn vrij. Na ongeveer twee uur rijden kwamen we aan in Cape Jervis. Cape Jervis staat bekend om haar veerboot tussen Kangaroo Island en het vaste land. Voor we op de boot gingen vonden wij het verstandig wat geld te pinnen en te tanken, aangezien alles op Kangaroo Island meer kost. Helaas kenden de mensen in Cape Jervis dat truckje al en zo betaalde wij een recordbedrag voor een liter diesel.

Op naar Kangaroo Island! Zo kennen de meeste Nederlanders de veerboot naar Texel, waar je eenvoudig achter elkaar aansluit. De veerboot waar wij op zaten had zeer kleine parkeervakjes, waar je net aan in kon. Uiteraard was dat weer dikke pret toen wij van de veerboot af mochten. Alles op de veerboot was vergeten en vergeven toen wij de pracht en praal zagen van Kangaroo Island. Mooie witte stranden en bijzondere rotsformaties zijn er te kust en te keur.

Toch waren wij hier niet alleen voor de mooie omgeving, maar ook voor een baan. Bij de toeristen informatie vertelde een jonge dame ons (helaas) het verhaal wat we niet wilden horen. We weten dat we fruit en groenten kunnen plukken, maar dat betaald slecht! We reden door naar Kingscote, met haar mooie camping langs het strand. Het strand was helaas zo dood als een parkiet met ademhalingsproblemen. In het plaatsje Kingscote gingen wij opzoek naar een baan. Het eerste hotel (Aurora Seafront Hotel) zocht wanhopig naar iemand voor in de keuken en iemand voor in de bediening. Er zijn dus wel banen naast het plukken van fruit! Uiteraard Lieneke in de bediening met haar ervaring bij Het Hof van Marken, en Outger in de keuken… met zijn ervaring bij de post? Nadat we ons uurloon hoorde duurde het niet lang voor de baan aannamen. Als slagroom op de taart vertelde de manager dat wij voor 120 dollar per week in het personeelshuis mochten verblijven. Dit wil je als backpacker graag, aangezien december en januari de piekseizoenen zijn voor campings en er dubbele prijzen gevraagd worden voor een overnachting.

Onze eerste werkdag
Lieneke: Het is wel even anders werken dan bij het Hof van Marken. Het is namelijk zo dat de klanten drinken en eten moeten bestellen aan de bar. Zodra het klaar is mogen wij serveersters het weg brengen. Op mijn eerste avond waren er wel veel Nederlanders, wat het iets gemakkelijker maakte. Ook moet de bediening de toetsjes maken en de saus toevoegen aan het eten. Maar het is wel heel leuk werk en de collega’s zijn aardig.

Outger: Voordat ik de keuken van het Aurora Seafront Hotel instapte had ik het idee dat het er heet aan toe zou gaan. Dit bleek niet zo te zijn, aangezien iedereen erg leuk met elkaar omging. Ik liep met Alex, (een Duitser(…)) mee van wie ik op 30 november zijn baan inpik. Het werk bestaat hoofdzakelijk uit het schoonmaken van het servies. Daarnaast moet ik groenten snijden en (schrik niet) zoetwater kreeften doormidden hakken. Dat laatste was wel even wennen.

Op de camping maken wij ook het één en ander mee. Zo kunnen wij goed opschieten met de eigenaren van de camping Con en Helen. Con en Helen komen beiden uit Griekenland en zijn daarom wat meer op de hoogte van onze Europese gewoonten. Aangezien wij werken in Kingscote hebben zij daarom besloten ons te voorzien van gratis internet. Naast dat zij ons voorzien van internet leveren zij ons iedere dag nieuwe buren. Dit is positief, maar soms negatief, vooral als het Fransen zijn die je stroomkabel jatten. Jawel, dat lees je goed, op de ochtend van 21 november hebben Frans schorriemorrie onze kabel gejat zonder blikken of blozen. Wij zijn daarop naar de receptie gegaan om te achterhalen wie deze schavuiten waren. Tot onze verbazing en die van het campingmanagement hadden deze mensen niet betaald voor de camping, en stonden daar dus illegaal. In Nederland kan je voor tien euro een nieuwe kabel halen, helaas kosten ze hier op Kangaroo Island een schrikbarende 90 dollar (55 euro). Dat wordt dus wachten tot we weer op het vaste land zijn.

Vissen op Kangaroo Island is erg amusant, zo heeft een vis het voor elkaar gekregen een 7 kilo lijn te breken, waardoor Outger nog steeds geen prijsvis had binnengehaald. Volgens “de plaatselijke experts” was dit een kleine haai, wat hier niet geheel bijzonder is. Haaien komen hier in alle soorten en maten voor. Zo zijn er minihaaien, mediumhaaien, maxihaaien en ik-eet-je-in-één-hap-op-haaien. Van die laatste kregen wij een aantal foto’s te zien van Con, die erbij vertelde dat deze haai de inspiratie was voor de film Jaws. Ons werd ook geadviseerd niet te gaan zwemmen aan de stranden, aangezien deze niet beveiligd zijn. De volgende dag kreeg Outger het toch voor elkaar een vis van formaat te vangen. De snoek van 55 centimeter was erg lekker!

Lieneke kan eindelijk zeggen dat ze in Australië gereden heeft… aan beiden kanten van de weg. Zo was ze even vergeten dat we niet meer in Nederland waren, maar in Australië. Wel heeft ze hem daarna prachtig in geparkeerd op de camping! Ze kan zich nu in ieder geval voortbewegen in het busje (aan de linker kant).

Outger & Lieneke

14 November 2009

Na enige tijd in Millicent was het de beurt aan Beachport. Beachport is een gezellig dorpje aan de zee waar nog net geen 400 mensen wonen. De naam verraad het al, er zijn ook veel stranden waar bijna niemand te vinden is. Dit dorpje was ooit een thuishaven voor walvisvaarders. Een oude treinrails en een enorme steiger zijn hier bewijs van. De steiger van ongeveer 500 meter wordt nog steeds veel gebruikt door mensen om te vissen en dit gingen wij even bekijken.

Na ongeveer 500 meter zweten in de hitte kwamen wij aan het einde van de steiger, waar een man eenzaam zat te vissen. Deze man reist door Australië met de seizoenen mee als schapenscheerder. Hij vertelde ons dat tussen januari en maart veel mensen in West Australia gevraagd worden voor dit werk. Dit werk verdient nog niet eens zo slecht, zo verdien je als beginner ongeveer 180 dollar (110 euro) per dag. “Eerst zien, dan geloven” bedachten wij ons.

Helaas verlieten wij na één nacht slapen Beachport om verder te reizen naar het beloofde land Coorong National Park. Tot ons verdriet was het niet meer zo mooi als het ooit was. Het gebied had grote problemen gekregen door de droogte. De massa’s watervogels die er waren zijn al enige tijd vertrokken of dood. De geur van de Coorong deed ons denken aan dode dieren.

Maar, het was tijd om een slaapplaats te zoeken… Na een kwartier rijden kwamen wij aan in Salt Creek, waar ons een overdagmerrie (nachtmerrie, alleen dan overdag!) stond te wachten. Vanaf de Princes Highway volgden wij een bordje wat ons naar een camping zou leiden. Na een vijf minuten rijden kwamen wij aan bij de Office, waar ons 15 dollar (9 euro) werd gevraagd voor een plaatsje. De vriendelijke vrouw vertelde ons dat er wel wat vliegen op het toilet konden zijn, in verband met de koelte daar. Maar er is een verkoelend en overdekt zwembad waar we konden zwemmen. Vol goede moed reden wij ons busje naar de toegewezen plek. Nadat wij even wat gedronken hadden liepen wij richting het zoveel belovende zwembad. Eenmaal in het zwembad aangekomen dacht Outger dat er takjes op de bodem van het zwembad lagen. Lieneke keek echter wat aandachtiger en zag dat het enorme harige wormen waren van rond de 30 centimeter! Wij keken elkaar verschikt, maar toch wat lachend qua ongeloof aan. Maar hier bleef het niet bij. Outger zijn blaas begon te protesteren, want hij was al een tijdje niet naar het toilet geweest.

Hier een paar persoonlijke woorden van Outger over zijn bezoekje aan het toilet; Toen ik bij de deur aankwam die mij naar het mannentoilet zou brengen werd ik opgewacht door letterlijk een deken van vliegen. Bij het openen van de deur begonnen ze allemaal te vliegen, en dus schrok ik even terug. Ik dacht bij mezelf, “binnen is het vast een stuk minder”. Ik nam een goede hap lucht, zodat ik niet per ongeluk een vlieg zou inademen en stormde het toiletgebouw in. Wat ik daar zag is bijna onbeschrijfelijk. Een enorme wolk van vliegen steeg op van de grond, muur, spiegels en plafond die mij het zicht belemmerde in het gebouw. Ik kon letterlijk de andere kant van de ruimte niet zien door de hoeveelheid vliegen. Hierop vluchtte ik het gebouw uit alsof het in brand stond.

Eenmaal terug bij het busje, stond Lieneke de zoveelste wesp dood te sprayen. Toen ze Outger zag aankomen dachten ze beiden hetzelfde, waarop Lieneke dit bevestigde door te zeggen “Outger, je hebt pech, we gaan nu weg”. We stapten snel in het busje, dat in onze korte periode op deze camping was aangevallen door een lading piepkleine kruipende wezentjes.

Na ons onverwachte avontuurtje in Salt Creek reden wij door naar Meninge waar het erg droog en warm was. Deze plaats stond vroeger bekend om zijn uitstekende locatie aan het meer Lake Albert. De regering besloot hier een einde aan te maken door dit meer af te sluiten van zijn voormalige watertoevoer uit de Goolong. De reden hiervoor is dat dit meer als zoetwaterreservoir moest gaan dienen. Doordat er geen vers water in het meer stroomt droogt het snel uit en gaat alles in het meer dood. De verlaten resten van een steiger en een bootramp bewezen weer eens dat deze omgeving onder enorme stress staat door het watertekort.

Omdat in Meninge niet veel te beleven was, reden wij verder naar Goolwa. Waar wij terecht kwamen bij het informatiecentrum. Een zeer enthousiaste dame hielp ons een goede camping te vinden en belde deze zelfs op om een schaduwplek voor ons te bemachtigen. Na wat langer met de vrouw gepraat te hebben, kwamen wij erachter dat zij een fanatieke visser is. Aangezien Outger wel fanatiek is, maar nog niet veel ervaring heeft met de vissen, beloofde zij ons haar zes zalmen toe mocht hij niets vangen. Toen bleek dat er geen schaduwplekken meer waren in Goolwa reden wij door naar Victor Harbour.

In Victor Harbour kwamen wij aan bij een Top Tourist camping, wat toch wel bekend staat als één van de betere, maar ietwat duurdere. De camping gelegen aan het strand met genoeg schaduw voor een leger kabouters was voor ons een prima plek om langer te blijven. Lang leven de oceaan, want hier kon Outger zijn hengeltje voor het eerst uittesten. Gewapend met mes, tang en uiteraard hengel begaf hij zich tot zijn middel in de ruige oceaan. Tot Lieneke haar grote schrik hoorde zij een klein-meisjes-gilletje vanuit het water. Outger had een schildpad langs zien zwemmen! Na een half uur –en nog geen vis- werd Lieneke weer gestoord tijdens het lezen van haar romannetje door een nog hardere kleine-meisjes-gil. Zo zwom er een Stingray van bijna een meter langs Outger zijn benen. Na twee uur vissen en geen vis sloot Outger zijn avontuurtje af met de woorden, “je mag deze slag wel gewonnen hebben, maar niet deze oorlog”. Hierop begon de zee te bulderen, alsof zij lachte.

In het centrum van Victor Harbour stuitte Lieneke op haar droomwinkeltje. Zo glunderde daar in de felle zon en 35 graden hitte een tweedehans boekwinkel. Alsof bezeten door de boekengeest, stormde Lieneke naar binnen, gevolgd door een wat verslagen Outger. Lieneke kon haar oude romannetjes omruilen voor nieuwe, en tot Outger zijn vreugde “mocht” hij een visboek uitzoeken.

Ronde twee… wederom gewapend met mes, tang, hengel én enige kennis over getijdenstromen en vissen kuste Outger Lieneke vaarwel en fluisterde toe binnen twee uur terug te zijn. Na een barre toch door het zware zand kwam Outger aan bij een lange brug richting een eiland genaamd Granite Island. Na deze te hebben overwonnen was het tijd om een lekkere zalm te vangen. Na anderhalf uur vissen gebeurde er nog steeds bar weinig. Totdat een vis het lokvisje vastbeet en Outger zijn eerste vis gaf. Het was geen prijswinnende vis, maar een groen langwerpig ding. Het hek was van de dam en Outger ving een tweede groene wezen. Drie uur later kwam Outger terug zonder iets eetbaars gevangen te hebben en keek Lieneke met een boze blik naar de tijd.

In deze stad kwamen we onze eerste Nederlandse backpacker tegen. Een Nederlandse vrouw die al een aantal jaren down under woonde. Deze raadde ons aan om qua werk ons geluk eens te proberen in Kangaroo Island. Het schijnt dat je hier een vermogen kan verdienen als backpacker aangezien er weinig mensen wonen en veel toeristen uit Adalaide ontvangt. De volgende dag besloten we dan ook naar het eiland te vertrekken, aangezien ons budget al aardig is geslonken.

Outger & Lieneke

6 november 2009

De camping in Swan Hill was voor ons (althans zo dachten wij) een plek waar we even verlost zouden zijn van die gevleugelde pestkoppen. Toen wij eenmaal ons busje hadden uitgestald en een welverdiend glas limonade wilden nuttigen, kwamen zo daar de vliegen in gevechtsformatie aangevlogen. Zoals gebruikelijk werd eerst de antimuggen kaars tevoorschijn getoverd, gevolgd door de antimuggen wierook, daarna de antimuggen spray en als laatste redmiddel de Deet. Helaas deerde onze barrière van muggengif hen niet en zo werden wij weer gedwongen om in ons muggententje te gaan zitten.

Na het muggendebakel besloten wij verkoeling te zoeken in “ons” zwembad, wat maarliefst vijf meter van onze bus verwijderd was. Het water was onze oase in de brandende hitte van Australië. De brandende hitte werd al snel verstoord door een paar flinke onweersbuien die over ons heen trokken. Het schijnt dat de auto de veiligste plek is om te zijn tijdens een onweersstorm, en zo bleven de zenuwen beperkt.

Het stadje/dorpje Swan Hill verschilde niet veel van andere plaatsen waar wij geweest waren. Zo houden de mensen daar van overmatig autogebruik en calorierijk eten. Naast het stadje was vroeger een meer waar tijdens een jaarlijks terugkerend festival veel watervliegtuigen landen. Voor een kleine vergoeding kon je een paar rondjes meevliegen. Maar door de droogte die Australië heeft meegemaakt was het hele meer vergaan en daarmee verging onze droom om met een watervliegtuig te vliegen. Gelukkig werd die teleurstelling goedgemaakt door een enorme blauwe vis… van plastic, die in zijn jongere jaren als gup schitterde in een film waar maar weinig het bestaan van af weten. Met andere woorden, er viel hier niet veel te beleven.

Na twee dagen in Swan Hill te hebben vertoeft was het tijd om weer verder te trekken. Ditmaal was het de beurt aan Echuca, waar de mannen net zulke gladde benen hebben als de vrouwen en waar vrouwen net zulke korte rokjes dragen als de mannen broekjes. Het koste Lieneke daarom enige moeite Outger over te halen hier te blijven. Het lot had alleen iets anders in gedachten en bracht ons The Melbourne Cup. Met dit jaarlijks terugkerende fenomeen staan paardenraces en schaars geklede vrouwen centraal. Een neveneffect hiervan is de massale stroom van mensen, die van Melbourne naar Echuca trekken, om daar lekker te genieten van de twee vrije dagen die The Melbourne Cup met zich mee brengt. Zo waren in Echuca alle campingplaatsen uitverkocht, op één na. Lieneke besloot deze ene camping te bellen en sloot dit gesprek af met “Ok, thank you, I will discusse this with my boyfriend”. Toen Lieneke Outger vertelde dat een plek zonder stroom en nog minder schaduw dan de vorige camping, een gedurfde 30 dollar (18 euro) per nacht koste sloeg Outger zijn hartje weer even stil. Een paar flinke dotten gas en enkele seconden later zaten wij weer op de snelweg, maar ditmaal richting Bendigo.

Bendigo is een plek waar maarliefst 100.000 Australiërs wonen, en wat zich met trots een stad mag noemen. Deze plek staat bekend om zijn goudmijn, waar de stad haar bestaan aan te danken heeft. Helaas is deze goudmijn niet meer in gebruik. Door het centrum van de stad rijdt een kleine tram die toeristen langs verschillende bijzondere gebouwen in de stad brengt. Als haringen in een blik zaten mensen in deze overvolle tram, en zo besloten wij dát avontuurtje over te slaan.

Na een half uur ronddolen in de stad kwamen wij aan op een geweldige camping, waar een aardige receptioniste ons vertelde dat wij overal mochten staan. Dit lieten wij ons geen tweede keer zeggen en parkeerde het busje onder de grootste boom in de omgeving. Eenmaal uitgepakt en wel zaten wij relaxed in onze stoel limonade te drinken, er klopte dus iets niet. Ietwat onrustig gingen wij na wat het zou kunnen zijn, iets vergeten, Outger zijn oksels? Lieneke kwam met de verlossende woorden en zei “er zijn hier geen muggen”! Enige vreugde dansjes verder was het tijd om de camping te verkennen. Alles wat ons hartje begeerde was aanwezig, zelfs een spa (waar Outger niet meer uit te krijgen was).

De volgende dag zijn we bij onze buren op bezoek geweest, die niet één, maar wel drie jaar rondreizen door Australië met een enorme bus. Uiteraard was de bus op zijn Australisch voorzien van alle gemakken die een mens eventueel nodig zou kunnen hebben. Deze bus had zoveel, dat je er eventueel een maanreis mee zou kunnen maken. In de bus waren ook twee kinderen aanwezig, die thuis (de bus) opgeleid werden door mama en gelukkig niet al te wild waren. Na een aantal uurtjes te hebben gezeten, was het tijd voor ons om terug te gaan naar ons koude busje.

De tijd was weer rijp voor ons om weer verder te trekken, en zo begaven wij ons richting Ararat. Er valt niet veel te vertellen over dit plaatsje, naast dat het een kopie is van andere kleine steden en dat de drukste plaats van de stad in de McDonald’s is. Op de camping aangekomen was een blik in elkaars ogen voldoende om te bepalen dat wij hier maar één nacht zouden blijven.
In Nederland maken wij ons op crimineel niveau druk over moorden, hooligans, poepende duiven, hangjongeren en soms hangouderen. Australië heeft zo zijn eigen problemen. Zo dachten wij op TV een grappige reclame te zien, wat in werkelijkheid een serieuze politieoproep bleek te zijn. “Man laat maarliefst driemaal zijn broek zakken richting personeel supermarkt”, werd er verkondigd. Waarna een profielschets mét datum en tijd werd getoond. “Mocht U deze man herkennen, neemt U dan zo spoedig mogelijk contact op met de politie”, zo eindigde de oproep. Het enige wat nog miste was de beloning voor de gouden tip. Sindsdien kleden wij ons niet meer om buiten ons busje.

Omdat Ararat ons zo beviel, besloten wij de volgende ochtend met piepende banden te vertrekken naar een beter oord. Dit was Mount Eccles National Park. Dit wonderschone park bevatte alles waar we op dat moment naar zochten: een wc, douche, koala’s en een vulkaan. We zijn hier maar één nachtje gebleven want ondanks dat het zeer vermakelijk was om tussen de koala’s te slapen, is het een klein parkje met verder als enige attractie naast de koala’s een dooie vulkaan. We wisten alleen niet dat koala’s zo’n bizar geluid maakten. Misschien hadden we dan wat geruster gezeten. De volgende ochtend vertrokken zoals gebruikelijk weer eens vroeg.

Het volgende oord heet Millicent. Millicent heeft een aantal grotten en meertjes waar je rond kan kijken. Verder staat Millicent bekend om haar windmolenparken. Niets nieuws voor ons Hollanders dus! Om eerlijk te zijn, alles wat leuk is zoals de nationale parken, attracties en bezienswaardigheden liggen 40 kilometer van ons vandaan.

Gevaarlijker dan kangaroes op de weg is het wild wat “rode P’s” wordt genoemd. Mensen –voornamelijk jongeren-- die nog geen jaar in het bezit zijn van hun rijbewijs, moeten een bordje met een rood gekleurde P voor hun raam plaatsen. Je moet begrijpen dat je hier in Australië als ware je rijbewijs gratis bij een pakje boter krijgt. Internationaal staat rood bekend als de kleur van gevaar, en die kleur past uitstekend bij deze jonge coureurs. Zo kregen wij het even benauwd toen wij in het centrum van Millicent stonden, omringt door deze rode P’s. Scheurend, niet kijkend en zo nu en dan met een paar piepende banden bewogen zij zich voort als een horde waanzinnigen.

Onze volgende stop is in Beachport, waar we goede verhalen over gehoord hebben.

Outger & Lieneke

29 Oktober 2009

De volgende ochtend zaten we lekker aan het ontbijt in Mount Gamier, toen er een forse vrouw in een gestreepte roze pyjama op ons af kwam lopen. Ze vroeg of we zin hadden om rond een uur of 4 bij hun te komen zuipen. Nou, daar hadden we wel zin in. Maar voordat we ons konden vullen met witte wijn moesten er boodschappen gehaald worden. Tot onze grote ergernis liep de supermarkt vol met kleine gillende mensjes die alle schreeuwden om de aandacht van hun ouders. Enige huilserenades later verlieten wij de supermarkt met een diepe zucht van opluchting en een gevulde tas met snaaiwerk.

Niet geheel onbelangrijk was het laten registreren van onze auto. Dit was makkelijker dan wij voorheen dachten. Je moet alleen opletten in welke staat jouw auto geregistreerd staat. Als jij namelijk een auto koopt in Sydney (liggend in de staat New South Wales) en de auto staat geregistreerd in Western Australia, dan heb je wel een probleem. Het is dan zo dat jij met je autootje binnen twee weken van New South Wales naar Western Australia mag reizen. Vergelijk dit niet met een ritje Amsterdam – Utrecht, maar meer iets in de geest van Amsterdam – Moskou. Gelukkig staat ons busje in South Australia geregistreerd, wat ongeveer 1200 kilometers van de staat New South Wales ligt. De staat South Australia registreert zelfs een skelter met een zelf ontworpen motor bij wijze van spreken. Ons busje lag gelukkig boven het niveau skelter, dus was het geen probleem.

Na de officiële zaken geregeld te hebben was het tijd voor een feestje bij onze buren die van verkleedfeestjes hielden. Als de kledij de eerste indruk van ons samenzijn zou weerspiegelen, dan hadden ze wel een slechte “First Impression” van Outger, hij kreeg de Duivelshorentjes. Lieneke daarentegen werd vereerd met zo-een-engelencirkel-boven-je-hoofd-waar-we-de-naam-niet-van-weten. Een aantal glazen verder werden wij door Bob en Rose uitgenodigd om bij hun in het gasthuis langs te komen (hopelijk zijn ze het na die glazen wijn niet vergeten!). Maar gratis overnachtingen slaan wij natuurlijk niet af!

De volgende dag vertrokken we ieder een kant op, wij naar The Grampians en zij richting Robe. We kwamen aan in Hamilton waar we niet zo veel gedaan hebben behalve op het internet gesurft (was gratis (wij houden van gratisscchh)). Weer raakte we met een paar mensen aan de praat die ons aanraden om naar een gebied te gaan met allemaal koala’s. Het schijnt dat ze in het wild leuker zijn dan vlak voor je bumper op de snelweg. Maargoed, in Hamilton viel niet veel te beleven, tenzij je een fetisj hebt voor wol.

Na enige kilometers reizen kwam wij aan in het toeristische plaatsje Halls Gab. Waar alles behalve het uitzicht duur is. Zo werden wij gedwongen de plaatselijke supermarkt te bezoeken voor een paar noodzakelijke etenswaren. Outger zijn hartje sloeg een paar slagen over toen hij zag dat wij 20 dollar (12 euro)betaalde voor Cornflakes, 1 liter melk, klein zakje chips en een flesje limonade. Na wat zuchten en vloeken was het tijd om een camping te zoeken. Twee kilometer van Halls Gab was daar één van de leukste campings tot nu toe. Lieneke was weer zo “wijs” om aan de receptioniste te vragen of wij in de buurt kangaroe’s konden bezichtigen. Die op haar beurt enige traantjes van het lachen liet gaan. Het werd al snel duidelijk waarom. Naast ons kampeerplekje was namelijk een groot open veld met een stuk of vijftig wilde kangaroes, die niet bang waren voor menselijk contact. Dit ondervond Outger al snel toen hij ’s nachts even moest plassen. In de donkere nacht van 24 oktober werd Halls Gab wakker geschud door een schel klein meisjes gilletje, toen er een grote kangaroe een halve meter van Outger stond mee te kijken. Gelukkig werd hij de volgende ochtend getroost door zijn trouwe gevleugelde vrienden, die NIET alleen uit waren op gratis eten. Dit tot Lieneke’s ergernis die moest toekijken hoe de tafel en het busje werden onder gepoept door tien tamme kaketoes, 4 parkieten en een vage duif.

Naast veel wilde dieren scheen Halls Gab veel plaatselijk schoon te hebben. Dit in de vorm van wonderschone wandeltochten die een spektakel zouden zijn voor het menselijk oog. Dit althans volgens de folder. Na enige kilometers en flashbacks van Outger uit de Pyreneeën viel dit bijzonder tegen. Zo was alles dor, kaal en troosteloos.

Iets wat interessant was kwam vanuit een andere hoek van de Australische cultuur, namelijk die van de Aboriginals. Zo schijnen zij Australië al 40.000 jaar te bewonen en Europeanen nog maar 300 jaar. Na vele wijze geschiedenis lessen verder bevonden wij ons richting ons al zo schone rode busje, toen ons oog viel op een zwarte kronkelende tak. Helaas kronkelen takken niet, en bleek het één van de gevaarlijkste slangen in Australië te zijn, namelijk de Western Brown Snake.

Na een emotioneel afscheid met het plaatselijk wild van Halls Gab vertrokken wij richting Hopetoun waar de zon ons eindelijk tegemoet branden. Officieel zitten wij nu in de Outback van Australië! In Hopetoun aangekomen werden wij geconfronteerd met ontzettend veel vliegen, vliegen en nog meer vliegen. Tijd voor ons muggententje, muggenspray, muggenwierook, muggenkaars en Deet. Even een kort woordje over dit laatste product wat muggen op een afstand hoort te houden, “dit doet het niet”. Eigenlijk is er niet veel over dit plaatsje te vertellen, aangezien er gewoon niets is dan een paar bewoners en een miljard vliegen.

Van het ene vliegenfestijn belanden wij in het volgende alleen deze genaamd Mildura. Zo rade het boek “Lonely Planet” ons aan een leuke camping aan een rivier te bezoeken. Hier leerden wij een wijze les, namelijk eerst elkaar aankijken en beiden ja-knikken voor wij besluiten twee nachten te boeken op een camping. Deze camping was zo dood, dat als je er een mummie zou neerleggen, hij spontaan de benen zou nemen. Om nog meer muggenbulten te voorkomen zaten wij grotendeels van de dag in onze antimuggen tent. Niet alleen wij hadden last van de warmte, zo kregen wij ’s ochtends bezoek van een acht centimeter grote spin. Deze smeekte ons te mogen blijven, waarna Outger hem/haar de bus uit bonjourde.

Van Mildura naar onze volgende stop in Swan Hill werd Outger weer eens aangehouden door een rode politie wagen. Hij reed eerst nog netjes langs ons, maar toen Outger zei dat hij omkeerde wisten we dat het weer raak zou zijn. Met zwaailicht en al werden we in the middle of nowhere langs de kant gezet voor een alcohol en rijbewijs controle. Niets aan het handje, en zo konden wij onze reis weer vervolgen door het woeste en barre land van de Outback.

Na twee zweterige nachten staan we nu op een camping in Swan Hill mét schaduw, een zwembad en minder muggen. Het bevalt ons hier wel en daarom blijven wij hier twee dagen.

Outger & Lieneke

19 Oktober 2009

De volgende dag gingen we vol goede moed naar Trarlagar wat nog erger is dan dat het klinkt. Zo werden wij vriendelijk binnengehaald met vrolijk kindergeschater wat tot diep in de nacht onze oren teisterde. Voor het grasveldje waar we net onze bus op kwijt konden betaalde wij ook nog eens belachelijk veel. Zo leerde wij weer een wijze les “ga niet op een camping staan met veel kinderfaciliteiten, hier betaal je de hoofdprijs voor”.

Toen de eerste straaltjes van de zon onze bus streelde, haastten wij ons van deze drukke camping af. Deze dag moesten wij door Melbourne rijden. Hier maakten wij voor het eerst kennis met de vijfbaansweg.

Zo belanden wij van het drukke stadsverkeer in de Extreme High Accident Rate zone van The Great Ocean Road (TGOR). Deze weg loopt langs de oceaan en is erg indrukwekkend in veel opzichten. Zo is de weg alleen met haarspeldbochten waar de maximum snelheid varieert tussen de 20 en 50 kmpu. Indrukwekkender was het uizicht dat we op verschillende plekken hadden. Halverwege de TGOR werden wij geseind door een tegemoetkomende auto. Outger keek snel in zijn spiegels of de bus niet in de fik stond. Dit bleek gelukkig niet het geval. De auto seinde ons omdat er een koala over de weg liep. Dit is erg uitzonderlijk, aangezien deze beesten meestal hoog in de boom zitten en daarnaast nog eens 23 van de 24 uur per dag slapen(wat een leven).

Langs de weg waren er turnouts voor voertuigen die wat langzamer waren. Outger zag ons in het begin nog niet als een langzaam voertuig, alleen toen er een stoet van 6 auto's achter hem reed gaf hij pas toe. Na de haarspeldbochten, koala’s, regenwoud en nog meer ongein reden wij door prachtige grasvelden met lieve koetjes en kalfjes. Terwijl we lekker reden, stond daar opeens een politie agent op de weg, die ons aanhield. Outger mocht blazen en gelukkig was hij niet straal bezopen en mocht wij doorrijden.

Na 7 uur rijden hadden we een camping gevonden die Lieneke “niet aanstond”dus gingen we weer verder. Het volgende dorpje lag 30 km verder. Maar de weg erheen was als een dejavu van de TGOR met scherpe bochten en hellingen. Princetown, het volgende dorpje, had maar 30 inwoners. Toen we buiten aan het eten koken waren stonden er net zoveel kangaroes in de wei als er in het dorp mensen wonen. Diezelfde avond kwam er een Duitse stelletje van eind 20 naast ons staan. Ze waren zich vooral aan het verbazen over de prijs. Wij moesten namelijk 23 dollar (iets meer dan 12 euro) voor een plek zonder stroom betalen en zij 25 dollar voor een plek met stroom.

De volgende ochtend gingen we de apostelen bekijken. We zijn er alleen wel tweemaal langs gereden (het is gewoon niet te missen voor gewone mensen). Dus hebben we eerst Loch Ard Gorge, Blowhole, Broke Head en Thunderhole bekeken. Echt geweldig mooi. Uiteindelijk besloten we toen maar de juiste afslag te nemen naar de 12 Apostels. We hadden voor het eerst echt gevoel in Australië te zijn. Alleen door tijd gebrek hebben we de London Bridge vanuit de auto bekeken en de Bay of Islands (rode rots formaties in de blauwe zee) hebben we ook zo bezichtigd. Persoonlijk vonden we dat laatste allebei nog mooier dan de apostelles.



Daarna zijn we snel doorgereden naar Mount Gambier, waar we de auto moeten laten registreren. We zitten dus nu eindelijk in South Australia. Het is hier wel een half uur vroeger dan in Victoria.

Outger & Lieneke

17 Oktober 2009

Maandag zou Rudy onze auto afmaken, helaas duurde dit iets langer dan wij hadden ingepland. Zo dachten wij rond half vier Sydney te verlaten, wat uiteindelijk half zeven werd! Omdat ons vriendelijk verzocht werd door het hostelmanagement de kamer om half tien te verlaten, stonden wij met ons hele hebben en houwen op straat. Gelukkig was een taxi nabij, en konden wij naar Rudy’s garage om daar onze spullen in de bus te zetten. Om de tijd te doden hebben we maar wat door Sydney gedoold. Toen om half zes de bus klaar was en wij 800 dollar (480 euro) armer mocht Outger Sydney links uitrijden.

Goed, wij dus uit Sydney. Outger voor het eerst links rijden, in een nieuwe auto tijdens spitsuur. We hadden geen betere tijd kunnen bedenken. Omdat er maar 2 mensen voorin kunnen zitten en Denis zo aardig was mee te gaan, want Outger was toch wel zenuwachtig, lag Lieneke achterin op het bed. En dat vond ze best wel eng. Vooral als je weet hoe zenuwachtig de bestuurder is. Het duurde dan ook best wel lang voordat we Sydney uit waren, omdat we door het centrum heen moesten om de grote weg te vermijden. Denis gooide we erbij een plaatsje onder Sydney uit en daarna was het just the two of us. We reden tot het plaatsje Berry. Waar we die nacht in een hotel hebben geslapen, want het was al tien uur voordat we stopte. (De eerste regel in Australië die ons werd geleerd, is dat je niet moet rijden als het donker is, vanwege de Kangaroes.) De volgende dag was Outger een stuk minder zenuwachtig en ging het prima. De snelweg is alleen niet recht, maar gaat op en neer met heel veel bochten (net een achtbaan). Dus dat is best moeilijk. Lieneke mag ook niet rijden van Outger tot we een goede verzekering hebben.

Onze tweede stop was in Moruya, waar wij onze eerste camping vonden. Hier hebben wij de auto helemaal schoongemaakt en overbodige spullen weggegooid, dit waren er nogal wat. Het enige wat we nog nodig hadden waren kussens en eten. En niets is zo handig als met alle boodschappen in je handen met windkracht 7 en dan over een lange brug te lopen. In Australië pakken ze zelfs de auto om het vuilnis buiten te zetten, dus waren wij op zich al een attractie.
Die avond voor het eerst eten gekookt. Het werd soep met brood. Gelukkig zijn hier overal keukens waar je (in de meeste gevallen) gebruik van kan maken. Helaas moesten we hier 20 dollarcent per vijf minuten betalen. Laten wij nou net die munten niet hebben! Een Australisch gezinnetje zag de wanhoop in Outger zijn ogen en besloot hem twee keer 20 dollarcent te schenken.

Zo waren zijn wij nu ongeveer twee weken in Australië en als je dan nog geen kangaroe gezien heb baal je wel een beetje. Maar kijk uit met wat je wenst, want zo sprong er één vlak voor onze bus langs. De vorige eigenaren van ons busje hadden minder geluk en reden een kangaroe dood. Dit leidde tot een aantal fikse deuken aan de voorkant van de bus. Toch blijft ons busje de mooiste van allemaal!

Als je in een plaatsje komt dat Eden heet mag je toch wel wat verwachten, of zien wij dat verkeerd? We parkeerde de bus ergens op een uitgestorven camping, en voor we ik-heb-trek-in-een-kopje-tomatensoep konden zeggen kwam de hemel naar beneden in de vorm van regen en hagel. Alsof dat nog niet genoeg was werden wij ’s ochtends vroeg gewekt door de campingwacht die ons vriendelijk verzocht naar een andere plek te rijden. Van alle lege plekken op de camping wisten wij het te presteren er op één te gaan staan die iemand gereserveerd had.
Dus de volgende dag zijn we vroeg vertrokken naar Mallacoota. De weg er heen was wel heel vervelend voor Outger, want het was nog steiler en met nog meer bochten dan de snelweg.

Eenmaal in Mallacoota aangekomen stopten wij de bus bij een bakkerij, waar Lieneke Outger trakteerde op een Cheese and Beacon Pie. Deze in bladerdeeg omringde lekkernij is hier overal te koop, en waarschijnlijk één van de reden waarom mensen hier wat aan de dikke kant zijn.
Onze tweede dag in Mallacoota bestede Outger ruimschoots aan het uitzoeken van een hengel. Lieneke was hier minder geamuseerd over, aangezien Outger ongeveer anderhalf uur met de winkeleigenaar aan het praten was over vissen. Lieneke’s humeur werd er niet beter op toen Outger een paar mooie pelikanen had gespot. Deze reusachtige vogels konden met gemak een koekje van Lieneke’s hoofd afeten (dit vond ze trouwens niet zo een leuk voorstel).

Als je denkt dat er niet meer regen uit de hemel kan vallen dan heb je het goed mis. Rond 10 uur ’s avonds werden wij wakker gehouden door een alarm dat in Nederland alleen de eerste maandag van de maand om 12 uur afgaat. Hierdoor werd Lieneke toch wel wat nerveus van. Enkele minuten na het alarm begon het (zoals wij niet anders gewend zijn) gigantisch te regenen. Gelukkig stond de auto hoog en droog en hadden wij geen last van natte sokken. De volgende dag lagen er takken op de weg en een dode kangaroe, die er schijnbaar meer zijn dan levende.

Outger & Lieneke

11 Oktober 2009

WE HEBBEN EINDELIJK EEN AUTO JEEJ! Hij heeft 3600 dollar gekost, maar er moeten nog wat dingen worden verbeterd, dus totaal gaat het 4000 dollar kosten (2400 euro). Alles zit er gelukkig wel in, we hoeven alleen lakens te kopen en nog een verzekering afsluiten. En dan kunnen we hopelijk morgen vertrekken. Het was echt stom toeval. We liepen over een straat waar een veel backpackers hun reis beëindigen omdat er een gratis douche is. En daar was een stelletje hun auto aan het uitpakken. Dus wij er meteen op af om te vragen of hun auto te koop was, en dat was ie! Gelukkig maar, want zoals eerder vermeld raakt ons geld wel snel op in Sydney.

We zijn geholpen door de altijd vriendelijke Denis. We waren toch wel blij dat hij erbij was. Denis bleek toch wel veel verstand te hebben van een aantal dingen zoals de motor. En hij had een goede connectie want een vriend van hem heeft een garage, waar de auto helemaal geïnspecteerd is. Voor een vriendenprijs heeft hij de auto helemaal nagekeken en ook de dingen die hij verbeterd heeft, hoeven we niet de volle prijs te betalen. En hij zou in ieder geval een hele goeie olie voor ons in de auto doen, dus dat is al weer fijn. Rudy (de garagehouder, op de foto) is wel een vreemde kerel. Hij heeft een hele grote hond, waarover hij aan het vertellen was dat die al meerdere mensen gebeten had en zelfs een andere hond had doodgebeten. Nou houd Lieneke toch al niet zo van honden, dus dit had hij ons beter kunnen besparen. Hij komt oorspronkelijk uit Italië, dus dat is wel weer grappig.
De mensen, Sean en Tracy, van wie we de auto gekocht hebben, komen uit noord Engeland. Die jongen heeft dan ook zo’n zwaar accent, dat we hem bijna niet kunnen verstaan. Nadat we de prijs hadden afgesproken zijn we nog even naar een Irisch Pub gegaan, en daar was hij al helemaal niet te verstaan. Ze zijn wel een stukje ouder dan ons.

Daarna moesten we natuurlijk ergens geld vandaan halen want vandaag moeten we ze betalen. Wij naar een ING die we hadden gespot, maar daar kon je alleen het maximum bedrag pinnen, 750 euro. Dus hebben we gister en vandaag maar heel veel geld gepind.


Gisteravond zijn we ook nog even met Denis naar een schnitzelrestaurant geweest. Vandaag hadden we weer met Sean en Tracy afgesproken. Eerst even naar de garage gegaan om hun spullen er uit te halen en aan de Rudy gevraagd hoeveel alles gaat kosten. De remmen, een licht voor, oliefilter, enzo worden vervangen en hij gaat het oliepeil nakijken + een servicebeurt. Het is wel duur, maar nu weten we zeker dat ie redelijk is voor de weg. Sean en Tracy kwamen daarna naar onze kamer (ze slapen ook in The Pink Hostel). Papieren getekend en het geld overhandigd. Nog heel veel tips van ze gekregen + hun e-mail adres als we nog vragen hadden. Het zijn echt hele leuke mensen, alleen wel heel stil en echt hier voor het avontuur.

Vanavond trouwens de voetbalwedstrijd tussen Nederland en Australië. We hebben al een weddenschap gemaakt met de eigenaar van het hostel, alleen over de inzet moeten we het nog hebben. En voor het eerst Nederlanders hier gespot. De meeste komen uit Nieuw-Zeeland en hebben een tussenstop in Sydney van een paar dagen en gaan dan weer door, dus de echte Nederlandse backpackers zie je hier niet. Wel ontzettend veel Duitsers en Fransen. Die komen hier met geen geld en gaan dan meteen beginnen met werken. Best wel kansloos want je mag hier niet langer blijven dan een jaar, en dan moet je eerst een paar maanden werken voordat je genoeg geld hebt.
Wij hebben in ieder geval een auto! En als het goed is kunnen we maandag of dinsdag vertrekken. Onze eerste stop zal in Berry zijn. Dit alleen maar omdat Outger's lieve vriendje Berry heet, en omdat het hier niet zo ver vandaan is. Want morgen middag is de auto klaar en we willen dan meteen vertrekken. Het is ongeveer 2 uur rijden maar het zal natuurlijk wel Outger’s eerste ervaring links zijn...


Outger & Lieneke

7 Oktober 2009

Eergister zijn we eindelijk gaan kijken in Sydney. Heel slecht maar we waren zo moe dat we gewoon 4 dagen achter elkaar hebben geslapen. Het Opera House was natuurlijk heel bijzonder samen met de brug. Jammer genoeg waren we net niet terug in het hostel voor de regen, en kregen we een stort bui over ons heen. Dus we kwamen zeiknat aan. We zijn meteen in slaap gevallen toen we het bed zagen. De volgende dag besloten we maar iets eerder uit bed te gaan. Tot onze grote schrik was het dinsdag in plaats van maandag (wat wij dachten). Die dag hebben we het aquarium van Sydney bezocht. Het was echt super vet. We liepen door glazen buizen onderwater en konden zo de vissen nog beter bekijken. Het was echt heel mooi. Daarna snel naar het hostel gegaan omdat de donkere wolken alweer dreigden.




Echt is echt een drama om wakker te blijven dus hebben we maar weer een snelle hap bij de Mac gegeten voor dat we weer in slaap zijn gevallen. Vandaag voor het eerst gekeken naar een auto. Terwijl we bij het prikbord stonden te kijken, kwamen we een zeer vriendelijke franse jongen tegen die vertelde dat hij met vier andere een auto ging kopen. Wij hebben daarna maar een beetje op internet gezocht naar een geschikte auto verkoop en kwamen daarbij op de naam King Cross Car Market. Dus wij vol goede moed op pad om deze Market te zoeken. Toen we daar aankwamen na een aantal keer verkeerd te zijn gelopen, bleek het om een garage te gaan met vrije hoge prijzen als het om derde- en vierdehands auto’s gaat. Op hun website werd ook afgeraden om een technisch iemand in te huren die de auto nakijkt, terwijl de rest van de mensheid dat hier juist wel heel erg belangrijk vindt. Die man bleef ook maar lullen dat we ‘te laat’ waren en in het verkeerde seizoen een auto wilde kopen. Want als we in mei/juni hadden gekomen, had ie ons er een gratis gegeven.


We zijn er maar weer snel weggegaan, want om voor een Ford Falcon 5000 dollar (3000 euro) te betalen als er al vrij wat kilometertjes op zitten, zien we niet zitten. Dus maar in het hostel gevraagd of zij een plek wisten waar we een goede auto kunnen kopen. En ja hoor, precies dezelfde folder als van die man van de Car Market. Een beetje terneergeslagen gingen we maar eten. Het is namelijk best wel duur in Sydney en we willen eigenlijk zo snel mogelijk een auto hebben en wegwezen. Terwijl we aan het eten waren zat daar een zeer aardige man. Dit was onze reddende engel Denis. Hij beweerde namelijk veel verstand te hebben van auto’s. Hij wilde ons wel even helpen met een auto zoeken. Na twee uur gepraat te hebben, verlieten we het restaurant. We zullen morgen wel zien wat het ons brengt.
Outger & Lieneke

4 Oktober 2009


Na 34 uur reizen houden we nog steeds voor elkaar. Het was namelijk geen fijne reis. Van Amsterdam naar Kuala Lumpur hadden we ontzettend veel turbulentie. Lieneke is dan ook tot haar grote schaamte over haar nek gegaan (de ervaren reiziger hmmm).

In Kuala Lumpur waren we dood op en zijn we maar als rijke mensen in een transfer hotel gaan slapen. Dit was we duur maar we waren echt bekaf en zijn achteraf blij dat we het gedaan hebben. Want 14 uur op een vliegveld ronddoelen is ook niet alles. Zeker niet als je alle twee blond bent, de man onder ons een echt mannelijk figuur heeft, geen trouwring om hebt en voor de Aziatische begrippen toch best wel klef bent. We werden overal na gestaard, terwijl er op het vliegveld best veel westerlingen rond liepen. Het zal wel weer aan ons liggen.

De vlucht van Kuala Lumpur naar Australië viel op zich wel mee. Afgezien dat er 2 rijen voor ons een kind zat. Jullie moeten ons niet verkeerd begrijpen, maar kinderen kunnen best vervelend zijn als ze gaan krijsen, en dat al helemaal na een dag van 26 uur, weinig slaap en kosten. Gelukkig was ze na 2 uur stil, anders had Outger haar wat aangedaan.

En toen kwamen we eindelijk aan in het beloofde land. Na ja, voordat we eindelijk die eindeloze douane door waren. Ze zijn hier echt panisch als het gaat om enge ziektes het land binnen brengen. En Lieneke, zo naïef als ze is, had natuurlijk aangegeven dat ze eten bij zich had. Gelukkig mochten we zonder al te veel moeite zo doorlopen toen het bleek te gaan om stroopwaffels en drop.

De bus die ons naar ons hostel bracht was snel gevonden. We kregen het wel even benauwd toen we door Sydney reden, want ze rijden hier natuurlijk links en met hellingen waar de hellingproef wel heel handig is. De bus dan ook nog eens zeer snel, waardoor we allebei misselijk waren en bijna over ons nek moesten toen hij plotseling stopte voor een roze geval … laten we zeggen hostel. Het is een zeer oude huis dat op instorten staat. De kamer is vrij klein voor de prijs die we ervoor betalen maar we hebben wel een openhaard. Want het is hier gemiddeld 31 graden in de zomer, dus die hebben we wel nodig ook! Oke, op dit moment hebben we hem wel nodig want het is 15 graden, het regent er 2 keer zo hard als in Nederland en we hebben geen dekens gekregen. Lagen we gister lekker in bed tv te kijken, hoorde opeens wel heel veel water langs de muren lopen. Wij kijken waar het vandaan kwam. En ja hoor uit het plafond. Snel met ducktape (bedankt voor de tip Jean!) het lek dichtgeplakt.

Vervelende is nu wel dat we allebei met een snot neus lopen en met vesten en trainingsbroeken in bed liggen, want we hebben dus alleen een laken gekregen. We gaan vandaag maar eens kijken of er wat te bezichtigen valt hier want de afgelopen dagen hebben we alleen maar in bed gelegen en in de Mac aan de overkant geweest. Want die jetlag hakt er toch behoorlijk in. We zitten namelijk met een tijdverschil van 9 uur (de zomertijd is hier nu ingegaan, anders was het 8 uur geweest).

Outger & Lieneke